Weekspel – datum 2006

Weekspel – 28 februari 2006

Bluf

Wat baat het een leeuw zijn kracht en een adelaar zijn snelheid als het noodlot hem achtervolgt

Schlemilov (Rustig en onrustig bridge)

Bovenstaand “oud Bulgaars spreekwoord” was wat bij mij op kwam na het spelen van spel 19. Bij ons gebeurde namelijk het volgende

19 Z/OW

1053

 

West

Noord

Oost

Zuid

Q74

-

-

-

Pas

A1043

Pas

Pas

1

Pas

KJ8

2 (1)

Pas

2 (2)

Pas

QJ9

AK7642

3

Pas

4

Pas

J2

AK8

4 (3)

Pas

4

Pas

KQ82

6

4

Pas

4SA

Pas

Q1092

A76

5 (4)

Pas

6

Allen passen

 

8

 

 

 

 

 

109653

J975

543

Het contract liet veel te wensen over, maar het bieden was, tot op zekere hoogte zinnig,

1.      Echt of een evenwichtig verdeelde hand, inviterend of beter.

2.      Forcing, naar mijn mening beter dan 3 of zoiets omdat je een gecompliceerde hand hebt waarbij je alle ruimte nodig hebt (steunen van klaver bijvoorbeeld). Uiteraard is het de bedoeling om later nog een extra zetje te geven.

3.      Volgens mij gaat het hier mis. De west hand is zo rot dat (voorlopig) 4 voldoende is. Overigens zijn al die fast-arrival aanhangers hier ook slecht af, want als je fast arrival speelt moet West in de vorige ronde al naar 4 springen. Waanzin, wat mij betreft. Maar de mensen kennen mijn standpunt daarin.

4.      Geen key-cards, dus in de ogen van Oost toch zeker klaver stuk, ruiten stuk en troef vrouw.

Toch was het zonder klaver uit nog niet eens zo’n gek contract. Stel, je pakt de hartenuitkomst, en speelt een ruitje. Als Zuid nu de Aas heeft kan hij het best duiken(!) omdat je anders 6, 2, 2, 1 en een hartenintroever in dummy maakt. Dat zijn er 12. Na het duiken moet je de dubbele klaversnit nemen. Maar Zuid had de aas niet, de heer verloor aan de Aas, en het contract zag er steeds minder aantrekkelijk uit.

Eigenlijk was het contract nu hopeloos, maar je kunt altijd nog de Chinese snit in klaver proberen. Dat lukt hier, uiteraard, ook niet, maar ik zag nog een andere mogelijkheid. Een blufdwang (dutch squeeze). Na A speelde Noord een troefje, goedkoop gepakt in dummy waarna A en  getroefd volgden. Vervolgens begon ik alle troeven af te draaien en liet zorgvuldig de ruitens in dummy in tact. Het idee is dat zowel Noord als Zuid allebei 2 ruitens vasthouden, om te voorkomen dat dummy twee ruitens maakt, en dus nog maar 1 klavertje. Als dat lukt zijn de laatste 3 slagen voor A en de twee kleine klavers in Oost. Een dergelijke speelwijze lukt verassend vaak, maar in de praktijk trapte Noord hier niet in. Dus toch 1 down, ik kreeg uiteindelijk nog wel Q, maar natuurlijk geen beste score (7/38).

Dit was het moment dat ik aan bovengenoemd spreekwoord dacht. Het was deze avond al eens eerder bij me opgekomen. Een van mijn collegaspelvandeweekstukjesschrijvers, ik zeg niet wie, laten we hem voor het gemak maar even JvK noemen, besloot om op de natuurlijke 1 van zijn partner 1 te bieden zonder punten en op een driekaart. Ik was hierdoor zo geďmponeerd dat ik een later natuurlijk ruitenbod van Hedwig niet ophoogde terwijl ik toch AQ10x mee had. Dat was ook alweer geen beste score.

Was op dit laatste geval het spreekwoord nog onverkort van toepassing, op spel 19 gold bij nader inzien toch meer een ander spreekwoord van dezelfde Schlemilov. “Hoe zwaarder men een ezel met schatten belaadt, des te dieper zinkt hij in het moeras.” Ik ben gewoon geen goede kaart waard.

 

Willem jan Maas