De lessen van Jos (eerste etappe) -- Henk den Boer

Na de proloog met een hoge moeilijkheidsgraad volgt nu een eerste etappe om er in te komen. Over het spel van de proloog moet ik nog wel zeggen dat dit spel in de praktijk (viertallen wedstrijd) voorkwam en dat Jos zelf het spel zo geboden en afgespeeld heeft. Chapeau!

Principe van de open plaatsen

Over de opgaven in de eerste etappe zeiden de deelnemers aan de cursus van Jos achteraf dat ze gemakkelijk waren op te lossen. Bij het oplossen van de opgaven in het afspel (vaak gaat het over de vraag snijden of niet) moet het principe van de open plaatsen gevolgd worden. Dit principe wordt door Jos als volgt uitgelegd:

De kans om een bepaalde kaart bij de ene of de andere tegenstander te vinden verhoudt zich als het aantal open plaatsen (onbekende kaarten) bij de ene en de andere tegenstander.

De tekst van opgaven en antwoorden is van de hand van Jos.

Opgave 1

In de figuur
AH102
V54
speel je natuurlijk de AV en klein naar de H10 als je vier slagen wilt halen. Hoe groot is de kans dat de B valt als beide spelers bekennen op de eerste twee ronden en W nog op de derde?

Veronderstel, dat O een multi heeft geopend, hij blijkt een 6 kaart Hte hebben. Jij bent in 3SA beland en je hebt 4 slagen nodig in deze kleur voor je contract. Hoe speel je en waarom?

Antwoord

Als er verder nog geen enkele kleur gespeeld is heb je van W 3 kaarten gezien en van O 2. W heeft dus nog 10 onbekende kaarten en O 11 en de kans om de ontbrekende kaart bij O te vinden is dus 11/21 =52,4%. Dan is slaan, de H zetten, dus het meeste kansrijke.

Als O een 6 kaart Hheeft hangt het er een beetje van af hoeveel Hwij samen hebben, want dat bepaalt hat aantal open plaatsen van W. In ieder geval heeft W meer open plaatsen dan O, dus moet je snijden.

Opgave 2

Uit de figuur
AHV10
54
heb je vier slagen nodig. Entrees over en weer genoeg, tegenpartij heeft steeds gepast. Hoe speel je en waarom?

Antwoord

Hier moet je natuurlijk snijden. De enige zitsels waarbij slaan winnend is hebben de Boer aan de korte kant en dat is altijd minder dan 50% (plus een beetje, omdat je eerst even het A slaat.

Opgave 3

H1075
AB986
is je troefbezit in een groot slam. Niemand heeft wat geboden. Hoe red je je uit deze benauwde toestand?

Veronderstel, dat W 4S heeft geopend en nu is het bieden op hol geslagen en ben je in 7H beland met dit als troef. Hoe speel je het nu? Taxeer je kans van slagen.

Antwoord

Met 9 samen sla je zonder verder aanwijzing. Een deelnemer sneed over de uitkomer, omdat die niet met troef was gestart. Dat is interessant, maar te betwijfelen valt of het goed is.

Na de 4S opening van W snijd je natuurlijk over O vanwege de open plaatsen regel.

Opgave 4

H1075
A9864
Je bieden gaat er niet op vooruit, want je zit alweer in 7 met deze troef. Gelukkig heb je verder geen verliezers. Gestuurd door een hogere macht speel je een kleintje naar de H waarop W de B speelt.

Wat nu?

Antwoord

Dit is het befaamde principle of restricted choice, voor het eerst beschreven door Reese in "The expert game". Je moet snijden over O. De kans dat O de resterende honneur heeft is ongeveer tweemaal zo groot als dat W hem heeft.

Overigens geldt dit alleen als de enig mogelijke zitsels zijn dat de resterende honneur sec zit of bij de andere speler. Reese gaf het verkeerde advies in deze figuur:
HV962
A3
Je speelt het A en O doet de B of de 10. Nu moet je niet snijden over W, omdat het niet gaat tussen 5-1 en 4-2 met B10 sec. O kan ook nog gewoon B10x hebben en trekt dan een geweldig lange neus als je snijdt.

Opgave 5

H43
AB1052
Je wilt uit deze figuur het maximale aantal slagen halen. Je bent in N aan slag, deze heeft in de andere kleuren geen entree. Hoe speel je dit en waarom?

Antwoord

Dit deed werkelijk niemand fout, dus deze vraag was te gemakkelijk. Je moet uit N direct een kleintje spelen en in de hand de 10 of de B leggen. Als de kleur 3-2 zit maakt het niet uit, maar zo wapen je je tegen V vierde bij O. Dat is beter dan de H spelen, want dan wapen je je alleen tegen V sec bij W, een viermaal zo kleine kans.