Uw razende reporter Jos roept mij [KvdW] nu publiekelijk ter verantwoording (en dat mag, is uitstekend zelfs want ik ben erg voor transparantie) dus ik geef nu ook publiekelijk uitleg over de genomen beslissing (dat moet dan dus ook kunnen). Eigenlijk hoort dat ook zo, want een van de taken van een WL is om uit te leggen hoe de spelregels werken (81C2) en hoe een beslissing tot stand komt.

Laten we vooropstellen dat het geven van een uitleg die niet overeenkomstig de gemaakte afspraken is, een overtreding is (21B, 40B3a, 75B1) en dat is hier het geval.

Verder heeft de tegenpartij voor de uitkomst getracht de uitleg te herstellen. Dat is een overtreding op zichzelf: (20F5bi, 75B3). Een speler moet een verkeerde uitleg altijd corrigeren, maar pas bij de eerste reglementaire gelegenheid en dat is voor een tegenspeler pas aan het einde van het spel. Reden daarvoor is dat de overtreder (=degene die de verkeerde uitleg gaf, hier Noord) nu wéét dat zijn gegeven uitleg verkeerd was. En dat is op zichzelf weer OI waar ondubbelzinnig geen gebruik van mag worden gemaakt (16B1). Ik heb aan tafel inderdaad verzuimd Noord hierop te wijzen, mea culpa daarvoor.

De normale procedure bij verkeerde uitleg (als die gedaan is door de spelende partij) of bij OI anderszins is altijd het spel te laten voortgaan en achteraf te beoordelen in hoeverre de onregelmatigheid van invloed is geweest op het spelresultaat. Nu stelt Jos dat zulks in het geval van Ghestem-vergissingen vroeger (toen alles beter was) anders was, maar de procedure is in geval verkeerde uitleg echt altijd zo geweest zoals toegepast.

Waar Jos aan refereert met zijn uitspraak over Ghestem-vergissingen is een langslepend conflict uit vroegere tijden (toen alles beter was) tussen WEKO en PK. Daarom ga ik een stukje geschiedenis in herinnering roepen. Er is inderdaad een tijd geweest dat de PK onder leiding van Jos Jacobs ALLE Ghestem-vergissingen wilde bestraffen op een manier zoals Jos [van Kan] heeft verwoord, maar die stroming in WL-land is nooit dominant geweest. De WEKO, hierin gesteund door Ton Kooijman, verzette zich hier heftig tegen. Mede n.a.v. de discussies tussen PK en WEKO [publiekelijk gevoerd in de periode 2004-2016 in de WEKO-wijzer] is in de spelregelversie van 2017 uiteindelijk art. 75D2 toegevoegd. Dat artikel geeft de WL de mogelijkheid 21B toe te passen voor paren die hun systeem niet blijken te beheersen. Zo kreeg de WL een handvat om bijv. een Ghestem-vergissing achteraf toch af te kunnen behandelen als verkeerde uitleg en dat beslechtte het conflict.

Let wel, de discussie tussen PK en WEKO richtte zich, min of meer uitsluitend, op de situatie dat de afspraak wèl goed is uitgelegd, maar dat er verkeerd is geboden (en dat uiteraard voor niet alleen Ghestem, maar voor alle biedconventies). Want de PK-Jos Jacobs-stroming wilde die biedsituatie [goede uitleg, verkeerd geboden] ook als overtreding kunnen afhandelen, en de WEKO wilde dat pertinent niet. Het is logisch waarom de WEKO dat niet wilde. Vergissingen in biedconventies zijn schering en inslag, zeker op de lagere niveaus en het strafbaar maken daarvan zou het spelen tussen verschillende speelsterkte-niveaus op zijn minst bemoeilijken door de potentieel vele extra arbitrages. Buiten dat, verkeerd bieden heeft altijd gemogen. Zelfs opzettelijk verkeerd bieden mag (Psyches). Echter, die biedsituatie [goede uitleg, verkeerd geboden], is hier helemaal niet aan de orde. Hier is gewoon sprake van verkeerde uitleg en dat zou onder alle spelregelversies hetzelfde moeten zijn afgehandeld [d.w.z. bieden en spelen gaan door, eventueel een AS achteraf].

Terug naar de arbitrage. Art 12B1 verwoord wanneer er sprake is van schade:
12B1: De bedoeling van het toekennen van een arbitrale score is de schade die een niet-overtredende partij heeft opgelopen, te herstellen en het voordeel dat een overtredende partij uit zijn overtreding behaald heeft, weg te nemen. Er is schade als een niet-overtredende partij een resultaat behaalt dat door een overtreding slechter is dan het resultaat dat verwacht mocht worden als de overtreding niet had plaatsgevonden maar zie 12C1b. En 12C1b zegt:
12C1b: Bij het toekennen van een vervangende arbitrale score moet de wedstrijdleider trachten zo goed mogelijk te bepalen wat het waarschijnlijke resultaat op het bord geweest zou zijn zonder de overtreding..

Let goed op het woordje "door" in 12B1. We moeten dus nu beoordelen of de slechte score komt door de [verkeerde] uitleg of dat de slechte score daar niet door komt.

Het is waar dat als de uitleg overeenkomstig de afspraak geweest zou zijn, West waarschijnlijk niet tot 5 zou hebben besloten. Niet zozeer vanwege het adagio "zij een dubbele fit, wij een dubbele fit" maar omdat West's -kleur dan afvalt als potentiële slagenbron voor te ontwikkelen lengteslagen.

Het door Jos' aangevoerde adagio "zij een dubbele fit, wij een dubbele fit" is i.h.a. op zich iets wat bridgeleraren (inclusief mezelf) propageren, maar of je dat hier uit het biedverloop (inclusief gegeven uitleg) zou kunnen detecteren is maar zeer de vraag. Want hoezo zou er ook een NZ-fit zijn? Zo ja, dan zou daar toch veel eerder voor gekozen zijn? (biedniveau lager, met grotere potentiële opbrengst). Het lijkt mij dus juist dat het biedverloop hier eerder aangeeft dat er geen dubbele fit is. Dus nee, die bridgewaarheid is m.i. hier niet uit het biedverloop te destilleren. Ergo, dat is een optimistische speculatie en dus voor eigen rekening.

Maar laat het waar zijn, dus stel, de uitleg zou correct geweest zijn in de zin dat Zuid daadwerkelijk en zou hebben gehad. Dan zou het diagram er bijv. zo hebben kunnen uitzien:

We geven OW dus daadwerkelijk die dubbele fit. Het biedverloop gaat dan tot en met 5 – pas – pas hetzelfde en nu is West. We zien dan dat het bieden van 5 nu tot eenzelfde rampenscore leidt (misschien een of zelfs een paar minder, maar of het nu -1700 of -1400 of -1100 of zelfs -800 is, in matchpunten maakt dat allemaal niets uit).

De arbiter [i.c. KvdW] besluit dus dat de oorzaak van de slechte score niet oorzakelijk was en dus geen schade in de zin van 12B1 was. De oorzaak moet eerder gezocht worden in het 5-bod, dat ook in geval juiste uitleg (d.w.z. Zuid heeft daadwerkelijk /) als slecht beoordeeld kan worden. Daarnaast kent een speler van het kaliber van West de Ghestem-standaard. Zoals gealerteerd en uitgelegd zou de conventie op de SK dan verwoord moeten zijn als Upper cue-bids en dat was niet het geval, op de SK stond Ghestem. Ik vind dus dat West kon weten dat de uitleg verkeerd was. Het feit dat de tegenpartij een overtreding begaat mag op zich geen vrijbrief zijn voor speculatieve biedingen. Schwalbes honoreren we niet.

Ik heb hiervoor meerdere mensen geconsulteerd. De conclusie was dat de slechte score primair voortkomt uit het 5-0 zitsel in , iets wat in het biedverloop in gelijke mate [bij zowel goede als verkeerde uitleg] te horen is geweest en dat de nu 5-0 zitten heeft dan niets met de [verkeerde] uitleg van doen. Kortom, 5 is in àlle gevallen een speculatieve actie. Daarom heb ik de score laten staan.

Het is dus niet zo dat ik er niet naar gekeken heb, zoals Jos als mogelijkheid suggereert.

Tegen een arbitrale beslissing kan binnen de tijdslimiet voor protesten altijd in beroep gegaan worden (92A). Bij DBC is dat voor de volgende clubavond, maar daar zal, verwacht ik, coulant mee worden omgegaan omdat het eerder een principiële zaak is dan genoegdoening. De TC [zijnde het Protestcomité] zal het beroep dan afhandelen. Ik adviseer Jos zeker om dat te doen.