Spel van de week van 15 september - Kees van der Weijden

De Shell in actie

In het kort weer even in de herinnering roepen wat we onder het Shell-denken verstaan. Daartoe een voorbeeld. Stel, je hebt met partner 6 kaarten in een kleur. Allemaal kleintjes. Als die kleur nu 3-3 zit, heb je 3 verliezers. Maar als de kleur 5-1 of 6-0 zit heb je in een troefspel maar 0-1 verliezer in die kleur. In de voorspelling van het totaal aantal slagen wat je kan maken ga je nu niet meer uit van de 40 punten in het spel, maar van slechts 30. De 10 punten in die kleur zonder punten doen immers niet meer mee. De traditionele lat van 25HCP voor de manche, zijnde de helft plus een beetje, is dan veel te hoog gelegd. Immers, als het puntentotaal waar je rekening mee hoeft te houden slechts 30 is, dan is de helft plus een beetje ca. 20 HCP, oftewel 20 punten zijn dan al voldoende voor 10 slagen. Daarbij moet je eventuele punten in die ene kleur niet meerekenen, want als je daar Heer, Vrouw of Boer in die kleur zou hebben doen die punten er niet echt toe, of beter echt niet toe, je kan ze op geen enkele manier converteren naar slagen. Dat zijn dan eerder minpunten.

Het Shell-denken is nu dat je in het biedverloop gefocust bent om vast te stellen welke van je punten nuttig zijn en welke niet. Shell-denken is voornamelijk zinvol bij wederzijdse (super)fits met korte kleuren.

Genoeg gefilosofeer voor nu, over naar de spellen: 13, 20 waar het Shell-denken van toepassing was of had kunnen zijn. Ook in Spel 23 was het Shell-denken van toepassing.

Spel 13

Volledig diagram

Het bieden verliep bij ons:

W

Ton

N

Roelof

O

Peter

Z

Kees

-

p

p

1

2

X

4

5

p

p

p

Zuid heeft 15 punten buiten de , Noord zal niet veel verspilde -punten hebben gezien het bieden van OW. Het is daarom redelijk te veronderstellen voor Zuid dat het een 30-puntenspel is. 5 wordt gemaakt, er gaan slechts 2 azen verloren.

Spel 20

Volledig diagram

Het bieden ging:

W

Alex

N

Roelof

O

Bert

Z

Kees

p

2*

p

2

p

p

p

2 is iets SF-achtigs of zwak met beide hoge kleuren minimaal (54).

Je kan het niet altijd horen. Maar hier worden 2 kleuren zonder verspilde punten in de rode kleuren gecontroleerd via kortheid door NZ. Dat betekent dat de Shell 20 punten is, waarbij NZ alle werkende punten hebben. De manche is met de helft plus een beetje dan binnen handbereik, maar hier niet te bieden.

Het spelen: West kwam uit met H en vervolgde met V. Zuid troefde, en ging na V, A en H (4 weg) in een volledige crossruff voor 11 slagen. OW lijken het beter te kunnen doen door ofwel met troef te starten ofwel door H over te nemen, A te incasseren en troef na te spelen. Maar het tegenspel doet er niet toe. NZ hebben echt altijd 11 slagen zoals de DDS (Double Dummy Solver) rechts laat zien en het Shell-denken ook voorspelt. [Deze interactieve DDS is ontwikkeld m.b.v. Claude AI].

Spel 23 Puntendubbels met grote wederzijdse troeffits zijn niet verstandig

In dit 20-20 spel heeft OW 2 verliezers in een -contract, en NZ 4 verliezers in een -contract. 6 is dus net geen goede redding tegen 5. Er zijn 21 troeven en 20 slagen. Maar Noord heeft 4 verspilde punten in en OW hebben geen verspilde punten in .

Hoe kan je horen dat er sprake is van een wederzijdse superfit? Meestal springt dan één partij naar de manche, en "Zij een fit dan wij een fit" is ook van toepassing in de vorm van "Zij een superfit, dan wij een superfit".

Volledig diagram

Bij ons ging het bieden:

W

Richard

N

Roelof

O

Sijke

Z

Kees

1

1SA*

4

5

5

X

p

p

p

1SA=4-krt en onbekende 5+krt lag (Raptor). 5 is echte (zonder voorkeur kan Zuid met 4SA Noord's lage kleur opvragen, maar omdat je niet in de misfit biedt moet 5 ook -tolerantie beloven).

Na een H uitkomst heeft West eenvoudig 12 slagen. Dit gebeurde 6x. Zie frequentiestaat rechts.

Spel 24, Kom uit met "onze" kleur als je met troef achter de leider tegenzit

Want dan kan je de leider troefkort maken en verwerf je troefmacht, zoals Richard na afloop treffend verwoordde. Maar wat kom je uit tegen het biedverloop

W

Richard

N

Roelof

O

Sijke

Z

Kees

p

p

1

p

1

p

2

p

2

p

p

p

met

Zuid

Kortom, wat is "onze" kleur? Het biedverloop zegt weliswaar dat dit is, maar voor hetzelfde geld heeft West een zwakke zwarte 55, en gaat Oost in de dummy -introevers maken. Ik startte dus troef (7) om dat tegen te gaan, maar de troefuitkomst geeft al een slag weg.

Op veel tafels werd wel gestart. Maar mogelijk heeft Noord daar in zijn 2e biedbeurt wel met 2 gevolgd en dat zou het Zuid wel makkelijker hebben gemaakt. De dummy ging open en ik zag:

Zuid + West

Oost (Sijke) nam in de hand en vervolgde met H. Wat nu? Ik pakte A en speelde na in de ijdele hoop op H of anders kortheid in Noord. Maar dat kostte nogmaals een slag (zie DDS). Sijke nam, speelde A en draaide de en af en maakte +2, ik kon niets anders dan steeds bekennen en Noord had geen troef meer. Verschrikkelijk. Het hele spel is rechts te zien in de DDS.

[De parcontract berekening kreeg ik nog niet correct in de dds - blijkt een foutje in de gebruikte module endplay te zijn. De parscore is wel goed. Daarom het parscorecontract niet meer vermeld. Hopelijk is dat in een volgende versie wel goed. Voor vragen over de werking van de dds is rechtsonder de Bridge Assistent AI-knop toegevoegd.

Arbitrage spel 6

Ogenschijnlijk eenvoudige arbitrages kunnen toch behoorlijk ingewikkeld zijn. Kijk wat er bij ons aan tafel gebeurde:

Volledig diagram

W

Kees

N

Anne

marie

O

Roelof

Z

Mike

-

-

p

p

1♣*

Arb

Volgens SK kan 1 een doubleton zijn.

Zuid had zijn pas-kaartje al uit de biddingbox gehaald maar nog niet neergelegd toen Noord voor de beurt 1 opende. Zuid riep (correct) de arbiter.

Nu moet de procedure altijd zijn: de arbiter legt eerst alle mogelijkheden aan de tafel uit en pas daarna krijgen de diverse spelers de verschillende keuzes af te lopen in de volgorde die de Spr. aangeven. Dit gaat vaak fout. In praktijk vraagt de arbiter meteen aan Oost of die het bod accepteert. Zo ja, dan is de ellende voor de arbiter weliswaar voorbij, maar de arbitrage is niet goed verlopen omdat Oost niet weet welke andere mogelijkheden hij gehad zou hebben. Oost heeft dan geen gefundeerde keuze kunnen maken. Nu is Roelof een gediplomeerd WL dus zeer waarschijnlijk zou hij niet geaccepteerd hebben, of anders eerst gevraagd hebben wat zijn andere mogelijkheden zouden zijn.

Omdat het paskaartje van Zuid al uit de biddingbox was gehaald is die bieding daarmee gedaan. Het doet er niet toe of het paskaartje echt al op tafel ligt, als het kaartje (of de kaartjes) uit de biddingbox zijn, dan is de bieding gedaan. Dus de RT (rechtertegenstander) is aan de beurt. We lopen dan 29A, 29B, 29C en 31A af.

Als 29A niet van toepassing is (29A: Na een bieding voor de beurt mag de LT van de overtreder bieden als hij dat verkiest. Het recht op rechtzetting gaat in dat geval verloren.) dan gaan we via 29B (29B: Tenzij A van toepassing is, wordt een bieding voor de beurt geannuleerd en het bieden gaat terug naar de speler wiens beurt het was om te bieden. De overtredende partij is onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 30, 31 of 32.).

Als 1 niet forcing is, dan is 1 natuurlijk en heeft de 1 -bieder de bereidheid dat contract te spelen. Als 1 forcing is (dit moet op de SK staan) dan geldt dat 1 kunstmatig is (zie definities). De bepaling uit 31A is dan van toepassing op alle kleuren. De arbiter heeft dit niet gecontroleerd via de SK.

31A zegt nu: Wanneer de overtreder een bieding heeft gedaan terwijl zijn RT aan de beurt was om te bieden, geldt:

  1. Als die tegenstander past, moet de overtreder zijn bieding voor de beurt herhalen en als deze bieding reglementair is, is er geen rechtzetting.

  2. Als die tegenstander een reglementair 1) bod doet of doubleert of redoubleert, mag de overtreder elke reglementaire bieding doen:

(a) Als de bieding een vergelijkbare bieding is (zie artikel 23A), is er geen verdere rechtzetting. Art. 26B is niet van toepassing, maar zie art. 23C.

(b) Als de bieding geen vergelijkbare bieding is (zie artikel 23A), moet de partner van de overtreder passen bij zijn eerstvolgende beurt om te bieden. De artikelen 16C, 26B en 72C kunnen van toepassing zijn.

Dus de arbiter had eerst moeten controleren of 1 forcing was a.d.h.v. de SK. Daarna had hij het volgende verhaal moeten doen: "Oost mag 1 accepteren. Als hij dat doet dan gaat het bieden straffeloos verder. Als hij dat niet doet gaat het bieden terug naar West. Als West dan past gaat het bieden straffeloos verder. Als West een bod doet, dan [als 1 forcing is, is er sowieso geen vergelijkbare bieding en moet Noord schieten, want Zuid mag niet meer bieden] of [als 1 non-forcing is moet Noord een vergelijkbare bieding doen]. En dan pas aan Oost moeten vragen "Oost, wat kiest U?" en als Oost niet accepteert, dan aan West vragen, "Wat doet U?".

West kan nu zelf 1 bieden, en dan kan Noord geen vergelijkbare bieding meer hebben en wordt Zuid automatisch uitgesloten van het bieden.

Ik realiseerde me dit, maar het ligt niet in mijn aard om op een dergelijke manier voordeel te halen. Ik doe in zo'n geval het bod wat ik anders ook gedaan zou hebben, dus voor de lieve vrede paste ik, de arbiter had het ook al moeilijk genoeg.

Dat NZ daarna een top haalden met 3+1 (en niet met 2+2, zoals Anne-Marie abusievelijk verkeerd heeft ingevoerd) had niets van doen met de overtreding, maar eerder met de gelukkige keuze voor i.p.v. en minder geslaagd tegenspel.

🂣 Bridge Assistent

Hallo! Stel me een vraag over bridge.