In deze bijdragen wil ik stilstaan bij twee onderwerpen waarvan ik verwacht dat lezers meer expertise hebben dan ik, en die wil ik dan ook nadrukkelijk uitnodigen om te reageren. Het betreft twee basale vragen:
Hoe biedt je verder na een sterke 2 opening?
Hoe maak je een speelplan als er veel snits te nemen zijn en je gewenste vervolg vaak beïnvloed wordt door hoe die uitvallen?
Bieden na sterke 2 opening
Op spel 8 had ik als Oost een prachtige kaart:
Ik telde 9 slagen met schoppen als troef dus ik opende, conform onze afspraken, met een sterke 2. De bieding tussen mij en mijn partner, zonder concurrentie, ging als volgt:
Daarna vond ik het lastig. Ik overwoog 3, maar was bang dat partner dat zou zien als een 5-krt. Bovendien levert schoppen meer punten op in parentelling en is die kleur uitstekend. Ik bood 3 en daar bleef het bij. Onze tegenstanders opperde in de nabespreking dat een bod van 3 forcing is, in hun systeem. Dan hou je nog het probleem, wat moet partner met de Zuidhand dan bieden? 3? 4? 4? Je zou ook kunnen zeggen dat ik gewoon moet hopen op een slag bij partner en gewoon maar 4 moet bieden.
Het probleem zit mij al langer dwars dat er weinig literatuur is over een adequate aanpak na een sterke 2 opening. Alweer een paar jaar geleden heb ik een voorstel gedaan om bridgeboeken te ruilen of uit te lenen aan elkaar. Kees van der Weijden heeft me toen een complete verzameling “Bridge” en “IMP” magazines cadeau gedaan. In IMP van 2001 vond ik een keer een benadering van een Zweedse topspeler Wirgren die het zogenaamde Scania systeem heeft ontwikkeld. Hij hanteert het uitgangspunt dat de partner van de 2 bieder minder te vertellen heeft qua kracht dan de openaar. Het is dus vooral de partner die moet vertellen, en de 2 bieder die moet vragen. Vervolgens heeft hij een systeem waarin die partner zijn distributie weergeeft. Zijn aanpak is wel wat ingewikkeld en mogelijk niet zo makkelijk te onthouden. Een andere, vergelijkbare route is dat de partner direct controles gaat bieden in stapjes. Nadeel is denk ik dat partner dan bijvoorbeeld een major gaat bieden, en vervolgens dat de troefkleur wordt en de sterke hand op tafel komt.
Kortom, wat is een goede aanpak? Veel boeken en artikelen gaan niet veel verder dan het eerste antwoord van partner, dat meestal dan 2 is. Moet het openingsbod van 2 altijd leiden tot een manche? Is een tweede herbieding van de openaar manche forcing? Al zoekende kwam ik wel op een grappig historisch detail. De sterke 2 opening is bedacht door David Bruce, een topspeler uit de Interbellum periode: https://grokipedia.com/page/david_bruce_bridge. Hij speelde heel goed en won ook wedstrijden van Culbertson.
Lezer, Ik ben benieuwd hoe jullie bieden met sterke handen!
Speelplan maken met veel snits
Op spel 18 stuitte ik op een ander probleem.
Ik kwam als Noord in 3SA terecht, net als vele andere paren. De start was bij mij, net als bij veel anderen met Boer. Het eerste wat je moet doen is natuurlijk een speelplan maken. In veel handboeken wordt dit geïllustreerd aan de hand van een spel waarin vanaf slag 1 de route min of meer vastligt. Maar bij dit spel vind ik dit lastiger. Natuurlijk is harten je werkkleur, en ga je de snit op de Vrouw nemen. Maar hoe speel je de klaveren? En welke snit ga je verder nemen? In ruiten of in schoppen? Het verloop van het spel hangt natuurlijk ook af van wie H heeft. Ik vind het ondoenlijk alle mogelijke opties in slag 1 al door te rekenen.
Een belangrijk verschil ontstaat al wanneer je de klaver positie niet goed taxeert. Als de boer de hoogste is van de interne serie, is het leggen van de vrouw in slag 1 of 2 het beste. Als West echter Heer tweede heeft, is het 2 maal kleintje leggen in de dummy het beste. In de gegeven situatie maakt het niet uit, omdat West heer derde heeft. Is het echt de bedoeling dat je direct bij slag 1 alle varianten doordenkt, dus waarbij je zowel 1 of 2 klaver slagen maakt? Of kies je voor het slechtste scenario waarbij de tegenpartij direct 2 slagen maakt in klaveren, en je daarna verder kan met harten? Bedenk je ook al direct in slag 1 wat je gaat bijspelen indien West met hartenvrouw op de proppen komt en vervolgt met schoppen of ruiten? Of doe je dat pas als de situatie zich feitelijk voordoet?
In mijn studie econometrie volgde ik ook college over besliskunde (“operations research”). In dat vakgebied wordt vaak de keuze gemaakt om niet met “crude force” alle mogelijke oplossingen te evalueren, maar wordt vaak gewerkt met kleine stappen (iteraties) waarin je toewerkt naar een (steeds betere) oplossing. Dus ik ben geneigd om hier een vergelijkbare route te nemen. Je moet eerst de klaveren positie oplossen, de rest komt er na. Aan de andere kant, uitgaande van het principe van “assumption play” van Reese kun je ook zeggen dat je het grote plaatje moet zien en vanuit dit perspectief moet terug redeneren naar slag 1. Ook dit is in besliskunde trouwens mogelijk, bij dynamische programmering.
Kortom, ook hier heb ik geen oplossing voor de beste aanpak, en ben ik benieuwd hoe u, lezer van dit stukje, uw speelplan maakt. En dan met name bij dit type spellen waarbij snits het verloop van het spel sterk beïnvloeden.