De rode lantaren - 29 september 2026 - Hans Nijssen
De rode lantaarn overdragen: dat was het bescheiden doel van de avond. Vier spellen laten zien waarom dat niet lukte. Een ongunstig slem in spel 1 en vermijdbare fouten in spellen 3, 7 en 10 bezegelden onze degradatie.
Al in het eerste spel, tegen Hedwig en Willem Jan, wordt die bescheiden ambitie de grond ingeboord. We delen de spellen met tafel 1. Onze tegenstanders bieden vlot 7
uit, waarna Hedwig het contract even vlot maakt door klaveren V bij mij af te troeven. Ze heeft in haar hand:
AHV865
A6
A
AHB5
Ik tel 2 verliezers en met harten H bij partner en troefsteun en korte klaveren, zodat je de klaveren kan vrij troeven, is groot slem onverliesbaar. Resultaat 10%. Drie keer wordt slem gemist (!), 5 keer klein en drie keer groot slem uitgeboden. Pech? Ja, toch?
Desondanks had de tafel nog positief kunnen uitpakken als ik in spel 3 niet onnodig min 1 ging.
Waarom bungelen we onderaan? Een aantal spelers in de A-lijn is domweg beter en maken meer fouten dan onze tegenspelers. Daarnaast bieden we te passief en maken we te veel onnodige afspeelfouten — ik althans. Soms ontbrak het ons bovendien aan geluk, maar dat verklaart niet alles.
Spel 3: een kansrijke deelscore verspeeld
Terug naar spel 3. Een voorbeeld waar we wel geluk hebben maar waar deze mazzel vakkundig (door mij) om zeep wordt geholpen.
Het spel:
|
Wij zitten NZ; Hedwig en Willem Jan zitten OW. Zij spelen een 12–14 sans. Hedwig opent daarom met 1
en niet met 1SA, hoewel spelers die een 15–17 sans spelen mogelijk eveneens 1
openen — bij DBC gebeurde dat, afgaand op de uitslagen, kennelijk niet. Ik volg met 1
. Uit mijn analyses van de afgelopen weken bleek dat Erik en ik te vaak te passief boden, maar dit volgbod verdient niet de schoonheidsprijs. Oost past en Erik biedt 2SA: 10+ punten en minstens vier schoppen. Ik pas, omdat Erik al had voorgepast. Oost start met harten 8 voor de A van Hedwig. Zij vervolgt met ruiten 5, die ik laat doorlopen naar de B.
Het is opgelegd om nu vanuit de hand schoppen te spelen. Om voor mij achteraf onbegrijpelijke redenen speel ik echter een kleine schoppen uit de dummy. Het resultaat is een roemloze min één en opnieuw 10%, in plaats van 80%. In dit spel pakt de zwakke sans gunstig voor ons uit: opent West 1SA met 15–17 punten, dan heeft Noord volgens de meest gangbare afspraken voor volgbiedingen na een 1SA-opening geen bod.
Spel 7: de gemiste kans op revanche
In spel 7 ben ik opnieuw leider in 3
. De kans mij te revancheren. West opent met 1
, ik volg met 2
, dat Erik verhoogt naar 3, nadat hij eerst gepast heeft en W 3
, zijn 2e kleur heeft geboden. Het spel:
|
Oost start met schoppen B: de V, de H en de A volgen, goed voor 50 roem. Ik tel twee zekere troefverliezers, geen schoppenverliezer, één ruitenverliezer en één klaverenverliezer. Het contract heeft dus een kans, maar ik maak het niet. Na deze start kan ik het contract echter wel maken. Ik speel vanuit de hand harten A, waaronder de H valt, maar kan daarna twee troefverliezers niet meer vermijden. Vervolgens speel ik schoppen T en daarna schoppen 9. Oost bekent eerst met schoppen 2 en gooit vervolgens een klaveren af; in de dummy doe ik hetzelfde. Daarna speel ik een kleine klaveren naar de A, ga met klaveren H terug naar de hand en troef de volgende klaveren met de 5 in de dummy. En dan? Ik speel een kleine ruiten, maar volgens de double-dummyanalyse wint alleen ruiten H na. +
Vijf leiders, twee daarvan zelfs plus 1 en 2 (gedoubleerd), maken het contract, allemaal na de start van schoppen B. Heeft de leider telkens ruiten H gespeeld eenmaal aan slag in dummy of heeft de TP daarvoor al een fout gemaakt? Start Oost met ruiten of klaveren en zelfs troef, dan ben ik zonder meer kansloos.
Spel 10: de beslissende verdedigingsfout
Tot slot spel 10. Spannend? Ja en neen, want alle OW-paren eindigen in 3SA te spelen door W. In 6 gevallen start Noord harten B, de hoogste van een serie. In 3 gevallen wordt 2 keer klaveren (A en H) en één keer schoppen 7 gestart. Vier van de 11 paren gaan contract, terwijl 3SA niet te maken is. Het spel:
|
De leider speelt slim harten A en vervolgt met klaveren T. Partner speelt de 4; ik neem met de B. Vervolgens speel ik klaveren A, waarop partner de 8 bijspeelt. Omdat laag-hoog een oneven aantal aangeeft, denk ik ten onrechte dat de klaveren rond zitten. Mis poes: het contract wordt gemaakt. Vervolg ik harten, dan gaat de leider één down. Dit spel bewijst dat te veel vermijdbare fouten uiteindelijk tot degradatie leiden. De rode lantaarn blijft dan ook in ons bezit; de degradatie is een feit.

