Spellen van de Week

Spel van de week van 2 juni— Bob Lodder

Een biedprobleem

Een lastig biedprobleem vond ik op spel 3:

Na een 1 opening ging de bieding bij ons:

Ik zat Oost en twijfelde over wat te doen. Is de schoppen voldoende voor een SA-bod? Ik schatte in dat de tegenpartij mogelijk begint een stuk of 4 schoppenslagen en besloot te passen, omdat ook een bod van 2 niet goed lijkt omdat het geen 5 kaart is. In het systeemboek van Berry5 voor Clubspelers, Gerrit de Wit wordt vermeld dat een nieuwe kleur op 2 niveau in een dergelijk geval een 5+kaart belooft, en niet-forcing is (p 113).
Dus 2 komt niet in aanmerking. Mogelijk is toch 2SA het minst slechtste bod, omdat je weliswaar geen sterke dekking hebt in schoppen, maar met 11 punten passen is natuurlijk niet fijn. Zeker ook omdat een eventuele uitloop naar 3 goed te hebben is, gegeven je Boer klein mee.

Op de scorestaten is te lezen dat er diverse paren in ruiten zijn beland, dat ook volgens de Double Dummy calculator tot de meeste slagen leidt (10). Mogelijk hebben paren dat bereikt als West geen 2 biedt maar een doublet geeft.
Dat brengt mij bij de vraag of een doublet beter of slechter is dan 2 bieden met de hand van West. Behalve de klaveren heb immers ook vierkaart ruiten en een driekaart harten. Michael Lawrence schrijft in zijn boek “Take out doubles” dat het beslist mogelijk is om een informatiedoublet te geven met een 3 kaart in een ongeboden hoge kleur. Daarbij geeft hij bovendien aan dat het acceptabel is om een doublet te geven met een 5-kaart in een lage kleur en een 3-kaart in een ongeboden major. Maar hij brengt vervolgens een nuance aan. Hij laat de volgende hand zien:

763 32 AKJ AJT83

Hiermee prefereert hij toch een bod van 2, na een opening van 1. Dit is logisch, zeker ook omdat er geen vierkaart ruiten is en daarmee de hand toch meer een één kleurenspel is dan een hand met meerdere speelbare kleuren. Maar hij benoemt dat de driekaart in de ongeboden major te mager is voor een doublet.

Als ik nu deze kennis toepas op de Westhand dan denk ik dat een panel van experts hier toch nog een harde noot aan zou kunnen hebben. Enerzijds is de driekaart in de ongeboden major zwak, maar in combinatie met de singleton in de kleur van de tegenpartij mogelijk heel nuttig. Daarbij is er ook een vierkaart ruiten. Misschien moet West maar even snel schoppenheer verruilen voor hartenheer, dan zijn alle biedproblemen voorbij! Maar goed, een 2 bod geeft geen risico op een magere 4-3 fit in de hartens. Wat voor mij hierbij ook nog een rol speelt is dat in dit spel de tegenpartij schoppen heeft geboden, en niet harten, zoals in het voorbeeld van Lawrence. In het voorbeeld van Lawrence kan partner met een vierkaart schoppen 1 schoppen bieden, terwijl op spel 3 de Oostspeler gedwongen zou kunnen worden om 2 of zelfs 3 te bieden. Ik vind dat dit laatste dan net doorslaggevend, zeker ook meewegende dat de klaverkleur van West echt sterk is.

Ik vermoed echter dat er wel Westspelers gedoubleerd hebben, omdat ik anders niet helder krijg hoe je in een ruitencontract kan belanden. Na een doublet zou Noord mogelijk passen en dan is Oost aan de beurt.

Hier is dan weer het dilemma of je SA op ruiten moet bieden. Volgens het schema van Gerrit de Wit (p.118) komen dan 2 SA of 3 in aanmerking. Ook weer een dilemma waar ik graag de expertise van Lawrence zou willen inzetten. In het boek Lawrence, p.108 geeft hij uitsluitend handen met een vijfkaart waarin je dan 3 mee zou bieden. Maar om hiermee 2SA te bieden voelt niet helemaal comfortabel. Maar een bod van 1SA komt toch ook niet in aanmerking, daar heb je gewoon teveel punten voor. Dan maar 2SA bieden en bidden voor een wonder. Het wonder zou kunnen zijn dat in een contract van 2 of zelfs 3SA. Zuid dan uitkomt met vrouw!

Ben benieuwd hoe de lezer dit alles evalueert. Het lijken simpele biedproblemen, maar in de praktijk worden die blijkbaar verschillend opgelost.

Een biedprobleem

Op spel 20 kon ik 2 spelen, net als velen anderen:

Na een pas van West opent Noord meestal 1 SA, en via een transfer van 2 komt het contract uit in 2. Tot zover niks geks. Onze tegenstanders vonden de start met een kleine harten, ze konden de derde harten troeven en zodoende bleef het bij 2 precies gemaakt. Niks geks dacht ik eerst.

Nu ik alle scorestaten bekijk, ziek ik dat de meeste tegenspelers met klaveren starten, en niet met harten. Daardoor lopen ze de introever bij harten mis.

Hoewel ik zelf alleen maar de nadelen heb ondervonden van de hartenstart, ben ik toch gefascineerd geraakt door de vraag: is een hartenstart een goede uitkomst, gegeven de bieding en de hand van Oost.

Aangezien ik geen simulatie programma heb waarmee ik duizenden handen kan doorrekenen, moet ik me op een andere manier met die vraag uiteenzetten.

Allereerst kijk ik dan in de boeken van Bird en Anthias, Winning Suit Contract Leads. Hoewel dit best een dik boek is, met veel verschillende situaties toegelicht is deze situatie niet zo makkelijk te herkennen in het boek. Als ik zoek in wat algemene richtlijnen over uitkomen, dan krijg ik ongeveer de volgende informatie:

Te vermijden bij kleur contracten: uitkomen met gebroken honneur combinaties zoals KJxx, QTx etc.

Maar aangevuld met: “Length, however gives you a margin of safety. It is not likely that declarer has to develop his own tricks in the suit.

Aangezien dit toch nog geef afdoende informatie is, heb ik de vaag aan ChatGPT gesteld:

Stel je hebt de volgende hand in contract bridge: KT3 KT532 AV2 43. Partner past, Rechter tegenstander opent 1 SA (15-17 pt), dummy transfereert met 2 en leider biedt dus 2, het eindcontract. Partner heeft 5-10 punten, leider en partner hebben gebalanceerde handen. Waarmee kom je uit? Wat is de trick potential van 5, Aas en 4?

Uitkomst Verwachte verdedigende slagen

5 1,5–2,0
A 1,2–1,4
4 0,8–1,2

Aangezien het niet duidelijk is hoe goed de antwoorden van ChatGPT zijn, heb ik nog een test gedaan. Ik heb een paar handen uit het boek van Bird en Anthias aan ChatGPT voorgelegd, en gevraagd naar de beste uitkomst. Die heb ik vergeleken met de uitkomsten uit het boek. Daarbij viel op dat de uitkomsten van ChatGPT duidelijk anders waren dan in het boek van Bird en Anthias. Aangezien de schrijvers duizenden simulaties hebben gedaan, is die uitkomst uiteraard beter. We moeten dus de nodige voorzichtigheid betrachten bij het gebruik van ChatGPT voor dit soort vragen. Mijn conclusie is dat het nog onduidelijk is welke uitkomst het beste is! Persoonlijk vind ik dat er zowel voor de harten als voor de klaver iets te zeggen is, maar de harten oogt wel iets beter. In een viertallen wedstrijd zou ik daarom voor harten kiezen, omdat de kans op het downspelen mogelijk dan vergroot wordt.

Graag zou ik willen dat een lezer die beschikt over software om simulaties te doen, zoals Bird en Anthias, deze hand eens er doorheen halen. Ik ben heel benieuwd wat daar dan uitkomt! Wellicht kunnen lezers die geen software daarvoor hebben, net als ik een voorkeur uitspreken?