n de zomer maanden zal in een aantal etappes het cursusmateriaal van de DBC bridgeprofessor Jos van Kan in de rubriek Weekspel worden gepresenteerd. Jos heeft in een bridge cursus gegeven voor de gevorderde bridgers van DBC.
In deze proloog krijgt u in enkele stappen een (door Jos gecomponeerd) spel voorgelegd. Vreest niet als dit spel u (nog) te hoog gegrepen lijkt. Als u alle stappen goed doorloopt – en het niet alleen achter het computerscherm, maar ook aan de bridgetafel kan doen - dan bent u van wereldniveau! En kunt u gaan schitteren op bijvoorbeeld de (internationale) bridgefestivals en – dichter bij huis – kunt u voor DBC promotie na promotie bereiken in de nationale competities.
U (Zuid) heeft in handen (de wedstrijd gaat om IMPs: overslagen zijn niet belangrijk, de manche- en slampremie wel!):
B75.A742.HVB7.A5
De eerste vraag van Jos is nu: Partner opent 1
je antwoordt 1
partner 1
. Wat bied je en waarom?
Het antwoord van Jos op deze vraag is: Als je nu 3SA biedt, is dat zonder twijfel het eind van de onderneming. Partner kan echter nog een mooie hand hebben van een punt of 17, dus het lijkt beter eerst de 4e kleur te bieden, 2
.
Een 4e kleur bieden is mancheforcing en nodigt partner uit om zijn hand en vooral zijn verdeling nog aan te geven.
De tweede vraag van Jos: Partner biedt 3
. Wat nu?
Voor het antwoord laten we Jos weer aan het woord: Je eerste reactie is misschien 3
bieden, maar dat moet je reserveren voor een echte vierkaart en een hand die te sterk is voor direct 4
over 1
. Er zit weinig anders op dan 3SA. Dit bod via de 4e kleur geeft natuurlijk een
-stopper en toont overwaarde. Daarop verrast partner je met 4
. Dat is natuurlijk een driekaart (anders had partner over 2
wel 3
geboden) en dat geeft partner dus een 4-1-3-5 en een mooi spel. Het lijkt dus erg op 6
in de 4-3 fit, omdat je de
in de korte hand kunt troeven en de kwaliteit van je eigen troeven goed genoeg is om de troef te halen, ook als ze 4-2 zitten. Je biedt 4
, partner 4
, je vraagt Azen, hoort er 2 en legt aan in het mooie slam van 6
Tegenstander West komt uit met
2. De dummy gaat neer en je moet een speelplan maken:
|
In de woorden van Jos: Helaas ontbreekt de verbinding om tweemaal een
te troeven in dummy. Een redelijk speelplan is
A,
troeven en vanuit dummy een
opspelen. Dit gaat goed als
V goed zit of een van de zwarte kleuren 3-3 valt. Er is echter een veel beter speelplan. Welk?
Ik zou het antwoord aan de bridgetafel niet gevonden hebben, hooguit misschien na een paar dagen puzzelen wel.
Om u tijd te besparen snel over naar het laatste woord van Jos over het afspel: als je een
opspeelt in slag 3 mogen de
sowieso niet slechter zitten dan 4-2, anders valt een introever. Veel beter is om in slag 2 een kleine
te spelen uit beide handen! Als de
niet slechter zitten dan 4-2 win je het contract. Je hebt dan precies de verbinding om een
te troeven, troef te halen de
te deblokkeren en de rest van de
te incasseren.
Het hele spel lag als volgt:
|
Oef, wat een spel; een slam in een 4-3 fit, een ingenieuze duik (dat een slag kan kosten als de
3-3 zitten) en dat is allemaal nodig om je te wapenen tegen een 4-2 of 5-1 zitsel in
en ook nog de
V fout, 4-2 in troef en 4-2 in
Jos geeft niet aan welke slaagkans deze manier van afspel is, maar het zal wel erg hoog zijn en dan is het bieden van 6
gerechtvaardigd. Zie ook nog dat 6SA kansloos is indien de
4-2 zitten. Daarom is 6
het superieure eindbod.
De volgende etappes in het lesmateriaal van Jos zijn wat meer aards en voor velen goed toegankelijk.
Nog geen reacties.