Zo, de interne viertallencompetitie zit er weer op. Nou ja, competitie? Het is meer een verzameling viertallenwedstrijdjes waarbij het elke avond weer een verrassing is tegen wie je speelt. Zo speelden wij alleen vanavond tegen DBC 1. De vraag die je dan kunt stellen is: "staan zij nu eerste omdat ze nooit tegen ons gespeeld hebben of staan wij tweede omdat we nooit tegen hun gespeeld hebben?" Helaas, het onderlinge resultaat (12–8 voor de good guys) gaf hierover nauwelijks uitsluitsel. Uiteindelijk trokken wij (de Gehaktmolen) aan het langste eind en dat ondanks een korting van 10 punten die ons deel was op de tweede avond omdat Iwan niet kon en wij een invaller hadden opgesnord in de vorm van Anke. Daarmee werd de uitspraak van Jos van vorige week, …en DBC–1 doet zijn naam eer aan door de ranglijst met voorsprong aan te voeren definitief in de correcte vorm gegoten DBC–1 doet zijn naam eer aan door van alle DBC teams met afstand de hoogste score te halen. Maar goed, dat is ook weer rechtgezet, nu wat spelletjes.
We beginnen met spel 11.
Spel 11
Noord
Z/Niem.
VB
B9762
H7
8742
1043
AH765
H105
A8
A1052
63
963
AHV5
982
V43
VB984
B10
OW komen in 4 (hoewel diegenen die de Oost hand met 2SA openen waarschijnlijk in 3SA komen). Naar mijn idee is het openen van 2SA gestoord. Als je wilt weten waarom stel je dan maar eens voor dat West iets heeft als VB xxx x Bxxxxx. Down in 3SA, 6 pletterdood. Nu zal het wel zo zijn dat "de hele wereldtop" 2SA opent, maar neemt u maar van mij aan, 1 is een heel wat betere opening. Je levert niets in en je kunt, weliswaar zelden, maar toch, wel iets verdienen.
Maar goed, tegen 4 komt Zuid uit met V en de meesten zullen pakken (of duiken, dat maakt niet veel uit), AH spelen en dan klavers gaan lopen met het idee de laatste in dummy te troeven en dus 11 slagen te halen. Flauw spel, volgend spel. Toch is dat niet helemaal waar, en in het bijzonder in viertallen of Butler is dit spel heel leerzaam. De beschreven speelwijze toont namelijk het zweem van optimisme wat u, beste lezer, gemiddeld ten toon spreidt bij al uw afspel.
In alle bridgeboekjes die u leest leert u dat u als het contract erg hoog lijkt optimistisch moet spelen en als het contract potdicht lijkt voorzichtig moet spelen. Hier lijkt het contract inderdaad vrij dicht, maar wie zegt dat het spel niet ligt zoals hieronder.
Spel 11
Noord
Z/Niem.
B
B9762
H7
B8742
1043
AH765
H105
A8
A1052
63
963
AHV5
V982
V43
VB984
10
Speelt u nu A, AH en AH dan gaat u onherroepelijk down (Zuid troeft de tweede klaver en haalt de laatste troef van dummy op) en dat terwijl er een vrijwel 100% speelwijze is. Pak de uitkomst, speel één keer troef en begin dan al aan de klavers. Op een slechte dag krijgt de tegenstander dan twee introevers (zoals hier), maar het contract is veilig. In de praktijk haal je dan zelfs 12 slagen omdat zowel de als de hoog worden. De leiders die op dit spel maar 11 of zelfs 10 slagen hebben gehaald, hebben niet op de kleintjes gelet.
Een ander spel uit deze ronde was spel 8.
Spel 8
Noord
W/Niem.
AV1074
10
AV105
1076
B9
532
V632
9854
843
H2
9854
HB32
H86
AHB7
B976
AV
In 6 moet je proberen om zoveel mogelijk kansen mee te nemen. Na een neutrale uitkomst (harten of troef) doe je er dan goed aan om troef te trekken, AH getroefd te spelen (als de V valt ben je thuis) en anders zowel de klaver- als de ruitensnit te nemen. Een klaveruitkomst is in zoverre vervelend dat je niet eerst kunt testen of de harten V valt, maar ik denk dat je dan nog steeds beide snits in de lage kleuren moet nemen. Een zinnige speelwijze die onmiddellijk tot contract leidt.
Wat kan hier nou mis gaan?
Je kunt als je de eerste schoppen speelt zo ontzettend gebiologeerd worden door het vallen van 9 dat je besluit om daarna naar de 8 te spelen (oeps!). Dit overkwam Geert van Dort.
Je kunt je vertellen in de slagen die je hebt en van de klaversnit afzien. Dit overkwam Max Hendriks.
Voordat iedereen nu een beetje gaat zitten ginnegappen, fouten als hierboven (Max en Geert) overkomen ons allemaal wel eens. Soms word je nu eenmaal verleid om iets onhandigs te doen. Vraag Hedwig maar eens hoe "slim" ik afgelopen donderdag een pasronde nam met 6 dichte hartens, in de uitpas een keer 2 bood waar het (natuurlijk) bij bleef, en vervolgens met het schaamrood op mijn kaken 12(!) slagen haalde. Dus, ik wil maar zeggen, ik heb hier begrip voor.
Het laatste wat mis kan gaan is dat er iemand B(!) uitkomt en je dus nooit meer de de klaversnit zelfs maar overweegt. Maar ja, dat is dan ook wel een hele gemene lead. Bastianne Mulder of Poul Grashoff hebben hiermee de 12 IMPS die dit opleverde simpelweg verdiend.
Reacties
Hein
08-11-2017 22:51
Ha WJ, Op spel 11 roep ik de arbiter. Z heeft maar 12 kaarten. Klaver boer is weg.
Spel 8 lijkt 6R ook een mooi contract. Ben niet zo goed in kansrekening, maar lijkt beter dan 6S. Met een oude maat van mij die 4 kaart hoog speelt zou het zo kunnen gaan. 1S - 2R - 3R - 3H - 4R (immers geen K dekking) - 4H (cue voor R) - 4S - 4 NT (voor de R) - 5S - 6R.
Het moge duidelijk zijn. 4 kaart hoog is superieur. Groeten van een ouwe brombeer's maat.
Beantwoorden
Willem jan
09-11-2017 08:08
Klaver Boer heb ik toegevoegd. Je hoeft natuurlijk geen 4 kaart hoog te spelen om in 6♦️ te komen. Het enige wat nodig is is dat je er niet meteen van uit gaat dat ♠️ troef is als je partner 1♠️ opent en je er 3 mee hebt. Dit geldt in het bijzonder bij slams.
Beantwoorden
Rosalind
09-11-2017 15:46
Ach ja, zulke ‘fouten als hierboven’ staan ook wel bekend als ‘seniorenmomenten’. Ze overkomen ons allemaal weleens – maar met het stijgen van de leeftijd helaas vaker, vandaar de term.
Dinsdag had ik er ook een op spel 15. Nadat partner 2♣ (zwak ruiten of iets sterks) opende op de westhand met die sterke 6-5 hoog, en we de hartenfit hadden vastgesteld, vraag ik als oost azen met 4♠. Enigszins tot mijn verbazing blijken er twee te ontbreken, dus ik besluit af te wijzen in vijf in de troefkleur en 5♥ te bieden. Toen ik echter dat bod neerlegde, na tot overmaat eerst nog 5♠ misgrijpen, bleek dat partner al 5♥ had geboden om ‘twee of vijf azen plus troefvrouw of tien troeven’ aan te geven. En vijf azen kon niet, want ik had troefaas. Ik heb er maar van afgezien te trachten een wedstrijdleider uit te leggen dat ik eerst mijn misgreep van 5♠ legaal mocht vervangen door het bedoelde 5♥, en vervolgens dit onvoldoende bod even legaal mocht vervangen door een pas; ik heb dus toch maar die 5♠ laten liggen, waarop partner met 6♥ het eindcontract bepaalde.
Nu voelt mijn partner Mina zich als een vis in het water in formeel kansloze contracten (denk aan die zes van twee weken eerder met ruitenaas-heer weg). Ditmaal moeten de twee ontbrekende azen – waarvan ook de tegenpartij wist of kon weten – niet in dezelfde hand zitten en degene die aan slag komt met ruitenaas moet in vrijwel blinde gok de verkeerde kleur naspelen (‘26% maakkans’ zou je het kunnen noemen). Aan beide voorwaarden blijkt voldaan en met het schaamrood op mijn kaken schrijf ik elf niet helemaal verdiende imps in de linkerkolom.
Beantwoorden
JP
12-11-2017 12:27
Hoi Wj,
over de openingskeuze op spel 11:
- Met een 10-kaart ♦ en alle honneurs buitenboord geloof ik ook wel dat 1♠ echt niet rondgepast gaat worden met jouw voorbeeld-west-hand met de 6-kaart ♣ en dat de oosthand nog wel een keer aan de beurt komt om zijn hand te vertellen.
Maar gaat oost na 1♠-2(of 3)♦-p-4♦ nog 5♣ bieden én gaat west dan op 5-niveau nog bedenken dat het wel eens 6 kan zijn?
Ik hoop toch echt dat W na 1♠-2♦ (of zelfs maar na 1♠-p) niet zelf met 3(2)♣ op de proppen komt met zo'n hand (en VB in partners kleur).
Ik geloof in ieder geval niet dat óns biedsysteem, noch de daarin besproken afwijkende situaties, daarin voorziet. Mocht er een uitbreiding in ons systeem mogelijk zijn die dit probleem oplost, dan hou ik me uiteraard aanbevolen.
Leuk dat het een potdicht slem is, maar het moet wel biedbaar zijn.
- Wat nu als partner iets heeft als ♠VB ♥xxxx ♦xxxx ♣Bxx? Dan wordt 1♠ vrolijk rondgepast en is 3SA bij een 4-3-♦-zitsel (en niet een tegenstander met 5 of 6 ♠s) te claimen zodra je aan slag bent. Moet ik ons nevenpaar weer uitleggen waarom we 10 imps hebben ingeleverd.
Mijn afweging met zo'n oosthand is meestal of ik ermee kan leven dat partner met 4-5 punten gaat passen en we daarmee een speelbare manche missen. Meestal is het antwoord nee en zal ik 2SA bieden.
Begrijp me niet verkeerd, er zijn handen met 21 punten die ik wel op 1-niveau open omdat andere opties een minder goed beeld van mijn hand geven.
Welke van de twee scenario's is waarschijnlijker?
Naschrift:
Ja, ik heb 2SA geopend en ja, we kwamen in 4♠ terecht. Wat was ook alweer het probleem?
Beantwoorden
Rosalind
13-11-2017 12:51
Dat je om te antwoorden op een opening van een in kleur minstens zes punten zou moeten hebben, geldt als verouderd (zie bijvoorbeeld het artikel over T-Walsh in de laatste IMP, dat aangeven van een hoge vierkaart met ‘4+ punten’ aanbeveelt). De vraag of je ermee kunt leven dat partner met 4-5 punten gaat passen en je daarmee een speelbare manche mist, wordt dan minder nijpend.
Voor 2SA heeft de oosthand van spel 11 drie nadelen: (1) 5-4-verdeling, dus niet echt verdeeld; (2) volledig ongedekte ruiten; (3) vijfkaart hoog. Geen van die drie is op zich een beletsel om 2SA te openen, maar in combinatie zijn ze dat wel. Er bestaat zelfs een vuistregeltje – niet echt een régel – dat je hand voor je bod één tekortkoming mag hebben, maar zo mogelijk geen twee of meer. Ik heb op spel 11 ‘gewoon’ 1♠ geopend.
Beantwoorden
JP
14-11-2017 17:08
Hoi Rosalind,
niet iedereen leest de IMP, en niet iedereen speelt T-Walsh.
'Gewoon' ouderwetsche Walsh, ja, dat spelen we dan weer wel.
Maar beide zijn wel enigszins lastig in de toepassing na een 1♠ of een 2SA-opening. En daar ging het hier toch om.
Ik weet ik dus nog steeds niet of wij wel 1SA (niet-forcing) gaan bieden met 4 punten (en of dat verstandig is als openaar op een mottig 13-puntertje 1♠ heeft geboden). Die heeft-ie vaker dan de twintigpunter die hier het 'probleem' veroorzaakt.
Ik denk het voorlopig toch maar niet.
Overigens, vroeger 'moest' je ook al je kleuren gedekt hebben om 1SA te 'mogen' openen. Daar denken de meesten, waaronder wij, nu ook anders over (integendeel, het is zelfs een nadeel).
Beantwoorden
Rosalind
15-11-2017 13:47
Met hoeveel honneurkracht je antwoordt op een opening van een in kleur, is goeddeels onafhankelijk van je antwoordschema (zoals T-Walsh versus ‘gewoon’ Walsh). Zelf hou ik aan als regel te antwoorden vanaf vijf punten, tenzij die heel slecht zijn (geen aas of heer) of een aas.
Dat niet iedereen de IMP leest, is natuurlijk onvergeeflijk. :)
Beantwoorden
Frank
16-11-2017 11:33
Leuk stukje weer. Belangrijk ook wat WJ als laatste aangeeft: "Het enige wat nodig is is dat je er niet meteen van uit gaat dat ♠️ troef is als je partner 1♠️ opent en je er 3 mee hebt. Dit geldt in het bijzonder bij slams."
Dat is precies waar Paul en ik in ons systeem rekening mee houden. Bij ons zou het bieden zo kunnen gaan:
1S - 2K* / 2R* - 2S / 3R - 4R / 4H - 4NT / 5S - 6R
Hier is 2 klaver GF smi-balanced óf met echte klavers, 2R een relay (zonder 6kaart schoppen en zonder 5krt harten), 2S balanced met een 3krt schoppen, waarna de openaar een 2e kleur kan aangeven, in dit geval met 3R. De rest spreekt voor zich :)
Beantwoorden
Frank
16-11-2017 11:33
Leuk stukje weer. Belangrijk ook wat WJ als laatste aangeeft: "Het enige wat nodig is is dat je er niet meteen van uit gaat dat ♠️ troef is als je partner 1♠️ opent en je er 3 mee hebt. Dit geldt in het bijzonder bij slams."
Dat is precies waar Paul en ik in ons systeem rekening mee houden. Bij ons zou het bieden zo kunnen gaan:
1S - 2K* / 2R* - 2S / 3R - 4R / 4H - 4NT / 5S - 6R
Hier is 2 klaver GF smi-balanced óf met echte klavers, 2R een relay (zonder 6kaart schoppen en zonder 5krt harten), 2S balanced met een 3krt schoppen, waarna de openaar een 2e kleur kan aangeven, in dit geval met 3R. De rest spreekt voor zich :)