Spellen van de Week

Spel van de week 29 oktober 2024 —Kees van der Weijden

De te bespreken spellen zijn 12 en 21. Klik hier om daar meteen heen te gaan.

Sinds enige jaren loop ik rond met onderstaand shell-idee, waarvan sommigen vinden dat ik het voor een breed publiek maar eens uit moet leggen. Anderen, zoals Wj, raden me het ten strengste af: "Doe het niet Kees".
Nu ben ik eigenwijs genoeg om zulke wijze raden in de wind te slaan; want als het idee niet klopt dan ga ik weliswaar mogelijk op mijn bek, maar dan heb ik wel geleerd waarom het niet klopt.

Ik ben benieuwd naar jullie commentaar!

= * = * =

De ShellIn deze tekst wordt het Shell-concept voor kaartwaardering uitgelegd, ontwikkeld om spelers te helpen onderscheid te maken tussen werkende en verspilde punten tijdens het biedproces. Dit concept biedt een andere benadering dan traditionele puntentellingen, met als doel de slagkracht beter te voorspellen.

Inleiding en motivatie

Met enige schroom neem ik jullie mee in mijn zoektocht naar een betere kaartwaarderingstechniek.
Met schroom omdat velen van jullie betere bridgers zijn dan ik, en wie ben ik dan om jullie iets te vertellen over kaartwaardering. Anderzijds zal niet iedereen die dit leest zich bewust zijn van wat ik hier voorleg. En verder is het hier voorgelegde Shell-concept allerminst ‘af’ en jullie worden dan ook van harte uitgenodigd verbeteringen en/of aanscherpingen aan te dragen.

Allereerst, waar komt het begrip shell vandaan?

In zijn boek “The complete Book on HandEvaluation” definieert Mike Lawrence shellpoints als kaartpunten die werken, oftewel die een gegarandeerde waarde hebben.

Zo werken Azen altijd wel. Azen zitten altijd wel in de shell. Voor andere hoge kaarten is dit niet altijd het geval. Een voorbeeld, stel je hebt HV542 V1084 5 1063 en het bieden gaat:

Geen enkele van je punten zit in de shell, oftewel de lengten van partner. Je doet er waarschijnlijk het beste aan te passen. De handen werken niet samen.

Lawrence gaat er verder niet op in maar dit idee werken we verder uit. Plaatjespunten, anders dan azen, zitten “in de shell” als ze in de fitlengte(n) van jouw partij zitten.

Definitie van de Shell en werkende vs. verspilde punten

Het concept om je kaartpunten te scheiden in werkende en verspilde punten ontbreekt in traditionele kaartwaarderingstechnieken. Ik noem dat het shell-concept. Je werkende punten zijn punten in de shell, de verspilde punten zitten erbuiten.

Wat werkende en wat verspilde punten zijn kan je initieel niet beoordelen, omdat je nog niet weet wat de fitlengte(n) van jouw partij is/zijn. Beoordelen welke punten voor de aanval werken en welke niet, en of dat een korte kleur waardevol is of niet, en welke platen slagen zullen worden en welke niet doe je bijgevolg en noodzakelijkerwijs gaandeweg het biedproces.

Het is van groot belang goed te luisteren naar wat er geboden is, want de waarde van je hand hangt daar soms behoorlijk van af.
Een extreem voorbeeld (1) van verspilde puntenJe hoge kleuren punten zijn waardeloos en je lage kleurenpunten gaan geen kleintjes doen promoveren. Je kunt in het bieden al zien dat je 0,0 steun van partner zult hebben. : je raapt op: VB HB2 AHV10 AHV10.
Een op zich leuke 25-punter. Links mag echter beginnen en het bieden gaat:

Er zijn 15 punten buitenboord, en geen enkele van je hoge-kleuren-punten werken. Beide tegenstanders zijn op hun tenen gaan staan, LT heeft kennelijk met 10 of 11 geopend, RT met 4 of 5 bijgeboden (waarschijnlijk A in vijven en dat zal RT niet doen in een non-fit-situatie) en partner is dus poploos. Als je nu 3SA zou bieden dan reken je eigenlijk op 10xx bij partner, of als hij dat niet heeft geen -start, maar normaliter zal de tegenpartij beginnen met A. Als partner nu inderdaad 10xx heeft, schakelt de tegenpartij over op gevolgd door een lage kleur (voor -1), en anders krijg je H 10 en dan nog 2 gevolgd door minimaal nog twee te verwerken (voor -3).

Stel dat je 3SA mag spelen EN ze starten passief een lage kleur, dan heb je geen enkele kaart waarmee je kan oversteken om eventuele lengte van de dummy te benutten. Na het incasseren van je (hopelijk, nog niet eens zeker) 8 lage-kleuren-slagen moet je alsnog 5 slagen in de hoge kleuren afgeven. En dat geldt ook als partner 10xx heeft. De tegenspelers schakelen gewoon over op passief tegenspelen. Je kan dus nu al zien dat je 3SA bij een beetje goed tegenspel nooit gaat maken. (En als ze echt goed tegenspelen gaat 1SA al -4, je was door het bieden al gewaarschuwd voor dit slechte zitsel ).

Dan plan B, doubleren. Als je doubleert en een van de tegenstanders is kort in de lage kleur die partner biedt, dan gaat die tegenstander bieden en ontdekken zij de dubbele fit waardoor je het risico loopt dat ze op grond daarvan doorbieden naar de manche (zij verwachten weliswaar die manche niet te maken maar bieden dat als goede uitnemer) die ze van tijd tot tijd ook nog eens zullen maken. Je kan dan uitnemen met 5-Laag, maar dat komt niet door de controle en zal een slechtere score opleveren dan hun nu een deelscore te laten spelen.

Daarom, passen oogt enigszins laf, maar is verdedigbaar en waarschijnlijk ook het verstandigst.
Maar wie doet dat met 25?


Het biedproces zou een prominent onderdeel van de kaartwaardering moeten uitmaken.   

Maar in praktijk blijken we allemaal walrussen In zijn boeken over de dierentuinbridgeclub "de Unicorns" beschrijft Victor Mollo de persoon van Walter de Walrus, een gepensioneerde accountant. Walter de Walrus kent alle percentages en kan goed tellen. Hij begint met bijv. 20HCP maar eindigt daar ook mee. te zijn.
Als we punten hebben moéten we bieden, i.p.v. dat we onze hand herwaarderen a.d.h.v. het biedproces.

In de traditionele kaartwaarderingstechnieken wordt alleen ingegaan op “Hoeveel heb ik, hoeveel heeft partner, en wat kunnen we dus maken”. En die theorie moet je natuurlijk wel kennen en ook kunnen toepassen. Maar kaartwaardering is geen puntentellen, maar doe je om een vertaalslag te maken naar het aantal slagen wat jouw partij in een bepaalde speelsoort kan maken, en soms komt het voor dat je gaandeweg het biedproces kunt horen dat je hand veel meer slagen of veel minder slagen waard is dan wat de gezamenlijke puntenaantallen voorspellen.

Als wij lengte en/of waarden hebben in een kleur die partner noemt is dat voor ons in de aanval een goede zaak. En zo zijn er meer elementen in het biedproces die de waarde van de hand bepalen. Een korte kleur is in de aanval alleen waardevol als jouw partij het contract in een troefcontract te spelen krijgt, partner er geen verspilde punten in heeft en anders is een korte kleur eigenlijk nooit een voordeel. Met een renonce heeft nog nooit iemand een slag gemaakt. Wel met een troefje. Ook geeft het biedproces aan of we moeten aanvallen of juist verdedigen, afhankelijk de waarden in onze hand.

Om tot een nieuwe kaartwaarderingstechniek te komen waarin deze eigenschappen, deze elementen wél worden meegenomen kunnen we het “first principle thinking”-concept toepassen op kaartwaardering. First principle thinkingIk ben geen fan van Elon Musk maar dit is a great idea. houdt in dat je je kennis over een onderwerp zo ver als mogelijk opsplitst in elementaire waarheden om daarna, met de van daar uit ontstane elementen, de ‘building blocks’, je wereldbeeld opnieuw op te bouwen en daarvoor zouden we eigenlijk ook in de geschiedenis van de kaartwaardering moeten duiken. Dat doen we een andere keer, ik ben nu al ruim van stof.

Ik licht er daarom maar één element uit.

En ik begin conform Feynman met een statement. Omdat de 25HCP=manche-regel vaak te conservatief is vervangen we die door deze, praktisch toepasbare, shell-regel:

Shell-regel: Als jouw partij minimaal de helft aan werkende punten van jouw shell-grootte bezit, dan kan je de manche bieden. En omdat er altijd wel wat verspilde punten zullen zijn, heb je (meestal, maar soms niet eens) een beetje extra nodig.

Merk op: in den beginne is de shell-grootte 40 HCP en dan is 25 de helft plus een beetje. Maar als je er gaandeweg het bieden achter komt dat de punten van jouw partij geconcentreerd in jouw lengten zitten, zal je meer slagen kunnen maken en zal je dus ook hoger kunnen bieden dan de klassieke voorspelling. Als een van de partners kort is in een kleur, dan worden de punten in die korte kleur irrelevant en wordt de shellgrootte waar je rekening mee moet houden 10 HCP kleiner. Je telt verder alleen je werkende punten mee voor de aanval.
Andersom geldt ook: punten in korte kleuren en in de kleur van tegenpartij zijn verspild, dus die moet je voor de aanval niet meerekenen. De helft van de shell genereert dan zo'n 10 slagen, de manche. Voor een slem heb je doorgaans iets meer dan 75% van de shell-grootte aan werkende punten nodig. Voor andere slagen-aantallen gelden analoge regels - de mancheregel hier is slechts als voorbeeld genomen.

Voorbeelden van het shell-concept

Het beste is om een aantal voorbeelden te geven, enerzijds om duidelijk te maken wat ik bedoel en de brede toepasbaarheid van het concept aan te tonen en anderzijds om de bewering te testen aan 'nature':

Voorbeeld (2). Een voorbeeld van Louk VerheesArtikel uit de Bridge, juni 2002. Zitten de punten in de lengten van jouw partij, oftewel ze zitten in jouw shell-kleuren, dan heb je zelfs met twee gebalanceerde handen tegenover elkaar al snel een manche:

Als Oost de dubbele fit laat weten kan West al bijna 10 slagen tellen: 5 in (bij 3-2 zitsel), Aas en 4 in .

Oftewel in shell-termen: De shell-grootte is 40 punten, maar als Oost aan West laat weten dat al zijn punten in de shelllengten zitten, kan West concluderen: al onze punten werken en we hebben de helft plus een beetje, ergo de manche kan geboden worden.

Over de weg naar dit uitstekende contract: als beide partners een hoge kleur overeengekomen zijn, kan het steunen van partner's eerste lage kleur alleen maar opgevat worden als een krachtige poging de hoge kleurenmanche te bereiken.

Voorbeeld (3).  Helpsuittrials. Als een kleur vaststaat als troef vraag je aan partner door een andere kleur te bieden of hij in die kleur steun heeft. Je hebt zelf bijv. HBx of Vxxx of H10xxx, oftewel onzekere waarden waarvan je de waarde niet kan bepalen; heeft partner steun (d.w.z. aanvullende waarden), dan biedt hij de manche, indien niet dan volstaat hij met deelscore in overengekomen troefkleur of doet zelf nog een poging in een derde kleur. Als je geen korte kleuren kan aanbieden, dan helpen helpsuittrials partner de juiste beslissing te nemen:

Oost weet dat West geen bodemminimum heeft (anders was 3 geboden) en Oost weet door zijn -bezit dat West's -platen in de shell zitten.

Voorbeeld (4). Korte kleuren. Het tonen van korte kleuren helpt de shell-grootte te bepalen. Kan je partner duidelijk maken dat je kort in een kleur bent, dan moet je dat zeker doen want dat helpt partner enorm in zijn beoordeling de shell-grootte te bepalen.

Wie 3 biedt louter om 7-9 aan te geven (Bergen) doet zijn partij tekort. Het is veel belangrijker om aan te geven wáár de punten zitten (en waar niet) dan het aantal. Ik bied 3 dan ook als mini-splinter, 6-9, 4-kaart mee EN kort in . Oost heeft dan een makkelijk parcours: de shell-grootte is gedaald naar 30 punten, en hij heeft zelf geen verspilde punten in . De helft van de shell is 15 en die bezit zijn partij ruimschoots, dus hij biedt de manche.

Zou Oost wél verspilde punten in hebben, dan moet hij die aftrekken van het totaal van zijn partij om tot het totaal aantal shell-punten te komen. Zit hij dan nog steeds boven de 15, dan blijft het aantrekkelijk de manche te bieden.

Mini-splinters zijn effectiever dan Bergen raises, die ook nog eens gedoubleerd kunnen worden voor de uitkomst, en die, als dat niet gebeurd, nog steeds uitkomstinformatie zijn.

Voorbeeld (5).  Ontdekken afwezigheid verspilde waarden (1) Ook de tegenpartij kan vertellen dat de shell-grootte daalt Zij een fit, wij een fit. Zij een superfit, dan wij ook een superfit of een dubbele fit.

Zij tonen een superfit in waardoor je kunt zien dat partner hooguit 1 heeft. Beide zwarte kleuren doen niet mee, de shell-grootte is dus gedaald naar 20, waarvan jouw partij meer dan de helft bezit. Biedt 4SA om 5 rood te bereiken na partner's 5 (en dan bij jou 5, converteerbaar).

Voorbeeld (6).  Ontdekken afwezigheid verspilde waarden (2) Indien in een kleur geen waarden zitten en partner is kort dan daalt de shell-grootte. Het gaat om het ontdekken van de afwezigheid van verspilde waarden. Dat kan soms ook via het supportdoublet:

West zal doubleren in zijn 2e biedbeurt, maar het gaat erom dat West op dat moment moet inzien dat de gezamenlijke handen flink opgeknapt zijn. Waarom? Omdat partner kort is in , is het waarschijnlijker geworden dat de handen geen verspilde -punten hebben. Omdat de -kleur en wellicht ook de -kleur niet meer meedoen lijkt het erop dat alle punten in een 20- of 30-punts-shell zitten. Uitgaande van een minimale Oost kan West dan redeneren 12 + 9 = 21 > 15 ==> manche.
Toch zal deze -manche moeilijk te bieden zijn. De 6-krt in Oost (en daarmee de -fit) is voor West niet zeker na 2, en ook de afwezigheid van verspilde -punten is vanuit West onzeker, verder zijn er mogelijk 2 snelle -verliezers en tenslotte kan Oost verspilde -punten hebben.
Maar áls West dapper inviteert met 3, zou Oost moeten aannemen. Oost's enige negatieve puntje - vanuit Oost gezien, t.w. korte - was al verteld.
Bridge is met de moedigen.

Voorbeeld (7).  3 renonces. Met 3 renonces daalt de shell-grootte naar 10. Vallen er nog meer kleuren weg, dan daalt het benodigde aantal shellpunten nog meer. In dit voorbeeld is de shell-grootte gedaald naar 10 punten waarvan je de helft hebt. 7 is een kansrijk groot slem en dat zal je meestal maken als de maar 1-1 vallen en de niet slechter dan 4-2:

Uiteraard is hier geen passend biedverloop meer bij te verzinnen, maar het gaat me erom de kracht en ook de juistheid van het shell-idee duidelijk te maken.

Ik kan wel verklaren of in elk geval aannemelijk maken waarom de shell-regel zo goed werkt.

Dat doe ik aan de hand van de regel van acht van Culbertson. Acht slagen worden gemaakt door hoge kaarten en ca. 5 slagen door lagere kaarten. Die 5 slagen met lagere kaarten zullen voor het merendeel terecht komen bij de sterkere partij.

Waarom is dat?

Omdat de sterkere partij het eerste zijn lengteslagen zal kunnen ontwikkelen.

Het proces zal immers vaak zijn: de sterkere partij komt aan slag en geeft een slag af in zijn te ontwikkelen lange kleurtje. En komt nogmaals aan slag en geeft nogmaals een slag af in zijn lange kleurtje. En komt nogmaals aan slag en de leider gaat van zijn lengteslagen genieten. De leider komt de hele tijd aan slag omdat zijn partij sterker is.

Maar als al je punten al in je lange kleurtje(s) zitten, dan raap je die lange kleurtje(s) in één keer op. Je hoeft niet meer van slag als je eenmaal aan slag bent gekomen. En dus heb je (soms veel) minder hoge kaarten nodig.

             Uit "Culbertson's compleet biedoverzicht" 1936

Conclusies en samenvatting

Het shell-concept samengevat: In het biedproces kan de shellgrootte dalen als blijkt dat jij of partner in één of meerdere kleuren nuttig kort is. En als je in het biedproces vastgesteld hebt wat de fitlengte(n) van jouw partij zijn, kan je je HCP indelen in werkende en verspilde punten. Als je kunt zien dat je samen met partner meer dan de helft van de shellgrootte aan werkende punten hebt, is het redelijk de manche te bieden.

Merk op: in niet-uitgesproken situaties is er geen/nauwelijks verschil met de huidige gangbare praktijk, maar in situaties met dubbele fit of superfit heb je nu een criterium om aan te vallen of te verdedigen, want de tegenpartij biedt vaak mee.

Tenslotte, in fit, dubbele fit en superfit-situaties gaat het erom wáár je punten zitten en veel minder om het totaal aantal punten. Om dat te kunnen inschatten en optimaal gebruik te kunnen maken van de shell-beoordelingstechniek is het:

  • voordelig om conventies te spelen die elkaar in fitsituaties laten weten waar de korte kleuren zitten zodat de shell-grootte bepaald kan worden en partner weet welke platen eventueel verspild zijn. Splinters, mini-splinters, Garozzo-splinters, het mixed-systeem van Jos van Kan, het helpt allemaal de shell-grootte te bepalen.
  • voordelig om conventies te spelen die partner laten weten wáár de plaatjes huizen, eventueel in 3+-kaartjes, ergo helpsuittrials. Die geven ook minder tegenspelinfo weg dan longsuit-trials omdat de lengte van de helpsuit weliswaar 3+ is maar verder onbepaald.

En ik moest deze gedachtengangen wel eerst uitleggen, zodat ik hier in toekomstige artikelen aan kan refereren, want je zult deze theorie nergens in de boeken vinden, het is allemaal resultaat van eigen onderzoek.

= * = * =

Spelbesprekingen

Omdat ik tamelijk zeker wist dat er wel een paar spellen langs zouden komen waarin het shellconcept voor zou komen (ik schat 2 á 4 per sessie, de toepasbaarheid van het concept komt aan de lopende band voor) heb ik bovenstaand stuk goed kunnen prepareren.

Over de spellen 2, 18 en 24 van 29-10 zou in dit verband ook nog wel wat te vertellen geweest zijn.

Spel 12

Het bieden ging bij ons aan tafel:

Met bovenstaande theorie in het achterhoofd had Oost als volgt kunnen redeneren na 3: "Onze shell is 30HCP, en al mijn punten werken. Omdat ik in mijn eentje alleen al bijna de helft heb, wil ik minimaal in 5 zitten. Dat kan ik duidelijk maken door (MF) eerst 3 en dan 4 te bieden.". Dat stelt West ook in staat zijn hand te herwaarderen; en hier heeft hij geen verspilde -punten en zou hij via 4 zijn H hebben kunnen aanbieden. Het is waar dat als West 'niets' nuttigs heeft, dat mogelijk een te optimistisch parcours is, maar bridge is met de moedigen.

Slechts enkelen zaten in de manche waar het zelfs slem is:

Spel 21

Je kan het niet altijd horen. Ik opende 1, Frank hoogde op en daar bleef het bij. West kan vanuit Oost gezien best verspilde -punten en een minimum hebben.
Niettemin, de shellgrootte is 30, en daarvan zitten er 17 in de OW-shell. Dat is meer dan de helft van de shell-grootte, dus de manche bieden zou aantrekkelijk geweest zijn.

Slechts enkelen lukte het die te bereiken, ben benieuwd hoe hen dat gelukt is:

= * = * =


Reacties

  • Rosalind
    31-10-2024 16:48
    Spel 12: wat gaat west doen op 3♠ (waarover geen afspraak)? Vast geen 3SA en geen 4♣, dus waarschijnlijk 4♦. Dan is oost met 3♠ niets opgeschoten. West heeft niets belooft en moet voor 5♦ toch iets nuttigs meebrengen.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      31-10-2024 18:13
      Oost heeft het met 3Sch in elk geval MF gemaakt. West zou hebben kunnen redeneren: partner heeft kennelijk kort in schoppen. Ik heb ook geen schoppenpunten, dus onze shell is 30HCP. Partner is ook lang in Klaver, mijn klaverV zit in de shell, mijn Rui-B ook. Wellicht moet ik 4Ha bieden om mijn HaH aan te bieden.
      Beantwoorden
  • Kees van der Weijden
    31-10-2024 18:11
    Oost heeft het met 3Sch in elk geval MF gemaakt. West zou hebben kunnen redeneren: partner heeft kennelijk kort in schoppen. Ik heb ook geen schoppenpunten, dus onze shell is 30HCP. Partner is ook lang in Klaver, mijn klaverV zit in de shell, mijn Rui-B ook. Wellicht moet ik 4Ha bieden om mijn HaH aan te bieden.
    Beantwoorden
  • JP
    31-10-2024 18:23
    Ik ga dit toch niet allemaal onthouden, laat staan toepassen... De kern van het verhaal is volgens mij dat je gezond verstand en een beetje nadenken (bij ons op de kaart als 'Common nonsense') probeert te vangen in een stiekem toch wel heel uitgebreid, maar rigide 'systeem' probeert te vangen. En waar zit in dit verhaal trouwens het onderscheid tussen paren en viertallen? Een zinsdeel als "...dan blijft het aantrekkelijk de manche te bieden" mist dit fundamentele onderscheid compleet, lijkt me.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      16-11-2024 12:48
      De kern van het verhaal is dit: "In het biedproces kan de shellgrootte dalen als blijkt dat jij of partner in één of meerdere kleuren nuttig kort is. En als je in het biedproces vastgesteld hebt wat de fitlengte(n) van jouw partij zijn, kan je je HCP indelen in werkende en verspilde punten. Als je kunt zien dat je samen met partner meer dan de helft van de shellgrootte aan werkende punten hebt, is het redelijk de manche te bieden.". Ik kan aan deze METHODE (geen systeem dus!) niets rigide-'s, uitgebreids, of moeilijk te onthouden aan ontdekken. De voorbeelden tonen de brede toepasbaarheid van de methode. Voor het verschil tussen paren en viertallen: "Paren is soppen" en in viertallen moet je 40%-manches uitbieden. Uit de kern van het verhaal blijkt dus gelijk in welke spelvorm je wanneer welke keuze zou moeten maken. Ergo, ik snap de relevantie van die opmerking niet.
      Beantwoorden
  • Egbert
    31-10-2024 19:35
    Doe niet aan (te) wetenschappelijk manches bieden (slams wel!). De moderne trend in de top is tegenwoordig juist zo weinig mogelijk aan de tegenpartij vertellen. Ze komen verkeerd uit of spelen niet goed tegen, of het is sowieso een nog wel speelbare manche. Dit gaat zelfs op in de wereldtop, laat staan op ons niveau, waar veel slechter wordt tegengespeeld. Je moet uitkijken met voorbeelden. Het voorbeeld van Luc Verhees slaat nergens op. Draai de Ha en Kl om in de West hand en 4S is kansloos. Bied je anders dan? Wat betreft de aansluiting, stel je hebt de slechts mogelijke aansluiting, xxxx in Ru maar met Ha K, dan is 4S 75% (dubbele Ru snit, waarvan er een goed moet zitten), daar wil je dus in 4S zitten. Zelfs met Kl K i.p.v. Ru K is het nog net een acceptabele 4S (je hebt 3 snits te nemen, Kl K kan goed zitten, Ru B kan goed zitten en Ru K kan goed zitten, en als 2 van de 3 snits goed moeten zitten om je contract te maken, dan is dit 50%, in totaal gaat er op dit spel nog wel iets af door mogelijke zeer slechte verdelingen). Voorbeeld 3 "Helpsuit trials". Geef West Kl K i.p.v. Ru Aas, een vol punt minder, de K zit ook nog eens in de korte kleur van partner (kan het slechter?) EN je hebt Ru xxxx, de slechts mogelijke aansluiting in Ru (de helpsuit). Toch is 4S prima, Sch K kan sec vallen (26%) en Ru Q kan goed zitten (50%), de derde Ru kan weg op Kl K.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      01-11-2024 10:46

      "Doe niet aan (te) wetenschappelijk manches bieden (slams wel!)."
      Het gaat om het beschrijven van de shell-kaartwaarderingstechniek tijdens het bieden ... - de mancheregel hier is slechts als voorbeeld genomen. ...

      En in de top weten ze misschien zonder dat je partner schoppen heeft geboden dat ze toch met schoppen uit moeten komen; ik heb die hulp van partner toch echt nodig.

      Voorbeeld Louk Verhees: Ja, het waar dat als je de ha en kl/ omdraait, je nog steeds hetzelfde biedt. Als de handen dupliceren kan je geen introevers maken, maar dat geldt voor alle troefcontracten. Ga je daarom maar geen troefcontracten spelen? Verdelingsduplicatie is dermate zeldzaam dat geen enkele kaartwaarderingstechniek daar rekening mee houdt.

      Voorbeeld 3: Law-adepten bieden bieden inderdaad zonder omwegen 4sc. Dus ja, ok, mijn voorbeelden hadden beter gekund. Maar ze waren als uitleg bedoeld en ik meen daar toch wel in geslaagd te zijn.

      Beantwoorden
      • "Kees van der Weijden
        02-11-2024 16:25
        (Ik dacht dat in het commentaar HTML ook werkte - nee dus. Een leesbaarder versie) "Doe niet aan (te) wetenschappelijk manches bieden (slams wel!).": Het gaat om het beschrijven van de shell-kaartwaarderingstechniek tijdens het bieden... - de mancheregel hier is slechts als voorbeeld genomen. ... En in de top weten ze misschien zonder dat je partner bijv. schoppen heeft geboden dat ze toch met schoppen uit moeten komen; ik heb die hulp van partner toch echt nodig. Voorbeeld Louk Verhees: Ja, het is waar dat als je de harten en de klaver omdraait, je nog steeds hetzelfde biedt. Als de handen dupliceren kan je geen introevers maken, dat geldt voor alle troefcontracten. Ga je daarom maar geen troefcontracten spelen? Verdelingsduplicatie is dermate zeldzaam dat geen enkele kaartwaarderingstechniek daar rekening mee houdt. Voorbeeld 3: Law-adepten bieden bieden inderdaad zonder omwegen 4Schoppen. Dus ja, ok, mijn voorbeelden hadden beter gekund. Maar ze waren als uitleg bedoeld en ik meen daar toch wel in geslaagd te zijn.
        Beantwoorden
  • Thijs Veugen
    01-11-2024 09:39
    Leuk verhaal Kees. Net als High Card Points en Losing Trick Count zijn Shell Points een goede manier om een hand te evalueren tijdens het bieden. Het is vaak lastig om in te schatten hoeveel een hand waard is. Geen enkele methode geeft altijd het goede antwoord, maar hoe meer methoden je hebt om die beslissing te maken hoe beter.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      01-11-2024 10:49
      Dank
      Beantwoorden
  • bas
    01-11-2024 22:23
    Leuk verhaal. Mijn reactie is alleen van toepassing op viertallen. Zoals Egbert als zegt, voorbeeld 2 is ongelukkig. Maar er is nog iets wat vaak over het hoofd wordt gezien: inviteren is niet gratis! Als partner jouw invite afwijst ga je regelmatig down in 3 schoppen. Het is als inviteren voor een peperduur driesterrenrestaurant: vermijd zelf te inviteren, doch neem iedere uitnodiging van een ander grif aan. Het is iets anders als een invite gratis is. Zo had Rosalind op het DBC spel #12 gratis 3 harten (fragment) kunnen bieden (NIET 3 schoppen) in plaats van 4 ruiten. Dan vertel je wat van je kaart, en weet de maat dat harten heer iets waard is en kan vijf bieden met 2 nuttige kaarten en een driekaart steun. In het moderne topbridge wordt er zelden wetenschappelijk de manche geboden. Bij het eerste steunbod moet het partnership zo snel mogelijk weten of het een deelscore of een manche of een slemspel is. Als de manche in de buurt is wordt die domweg geboden zonder verder informatie weg te geven. Ik zat onlangs naar wereldkampioenen te kijken, de ene had HB10xx xxx Kxx xx. Zijn partner opende 1SA (15-17), hij bood 3SA. De 1SA opener had ook nog een puntje gejokt (hij had er 14), maar de vijand kwam verkeerd uit en werd plus 1 gemaakt. Ten slotte: je shell concept werkt in samenspraak met mini-splinters voor manchebieden. Ik vind dat dit te veel informatie weggeeft. Bovendien allerlei rampen als je het vergeet. Het ligt anders bij slems. Als je in de buurt van slem bent en je biedt een splinterbod onder manchenivo is het niet erg dat de tegenpartij daar iets aan heeft, want de manche moet toch veilig zijn als de splinter niet bevalt.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      02-11-2024 11:49
      Dank. Dat men in de top vindt dat een 3SA-manche meteen geboden moet worden omdat je anders teveel tegenspelinformatie weggeeft is me inmiddels wel duidelijk. Maar in troefcontracten ligt dat anders, je zult toch echt meer van elkaar moeten weten om te beoordelen of het deelscore, manche of slem moet zijn. Hoe kun je anders bepalen of de handen op elkaar aansluiten? Draai in voorbeeld 4 de lage kleuren in Oost om en het is precies 3Sch. En die beoordeling moet ook in Oost, de toekomstige leider gemaakt worden. En na de uitkomst ligt de hand op tafel, dus hoe kan een mini-splinter dan teveel tegenspelinfo weggeven? Je wilt meestal juist dat ze met die kleur uitkomen. Zeker in vergelijking met Bergen wordt aan partner meer info, en aan tegenstanders minder info weggegeven. Het niet-doubleren van een Bergen 3Kl/3Rui-bod is immers ook uitkomstinfo.
      Beantwoorden
      • Kees van der Weijden
        03-11-2024 15:18
        Ok, het is waar dat het niet-aannemen van de manche-invitatie na een mini-splinter de info weggeeft dat de leider verspilde korte-kleur-punten heeft.
        Beantwoorden
  • Mike Reuser
    02-11-2024 15:21
    Interessant verhaal Kees !Ik heb het met plezier gelezen. Bridge was en is geen exacte wetenschap, maar de theorie blijft zich ontwikkelen en dat vind ik leuk. Op het gebied van kaartwaardering is er een heleboel geschreven en dat op zich bewijst al dat het te simpel is om alleen maar punten tellen überhaupt: aan het eind van een spel wordt je altijd afgerekend op je aantal slagen en nooit op je aantal punten (:-). Mike Lawrence heeft idd een aantal interessante boeken over dit onderwerp geschreven (de serie "the complete book on .....") en ook nu kun je op internet een heleboel hierover vinden: de Milton Work Count (kennen we allemaal wel denk ik), de Bergen Count, de Goren Count, de ZAR-count en ook nog de LTC en The Law. Allemaal methodes om tot een betere biedbeslissing te komen. Ik ben en blijf echter ook van mening dat al deze methodes hulpmiddelen zijn en geen dogma's. Ik ben het eens met Bas dat het soms niet handig is om een 'tussenbodje' te doen ("der Feind hört mit"), maar er zijn ook tools waar je eigenlijk niet zonder kunt (denk aan transferweigering of Fit-bids (jumps en non-jumps). En er is denk ik toch wel een verschil tussen Paren (%) en Viertallen/Butler (imps)> Kort door de bocht: Paren is wat meer 'schieten' en in 4t/Butler zul je iets vaker 'mooi/netjes bieden' en ook scherpe manches bieden. Kaartwaardering (of Handevaluatie) blijft heel interessante materie. Ik zie al uit naar je vervolg.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      02-11-2024 20:07
      Dank. Ik had nog nooit van ZAR-points gehoord. Na opzoeken blijkt het te rusten op ongeveer een tegenovergestelde filosofie als wat hier gesteld wordt. ZAR-points blijken volledig uit te gaan van de eigen initiële hand, waar ik denk dat je de inschatting van de waarde van de hand veel meer moet laten afhangen van het biedverloop. En dat precies het manco van alle puntentellingsmethoden, waardoor we handelen als walrussen. Op uitzondering van TNT/LTC na dan.
      Beantwoorden
      • JP
        03-11-2024 11:34
        Dat is natuurlijk niet helemaal waar, zelfs Charles Goren (ja, die van de 4-3-2-1-telling) wist donders goed dat je punten bij moet tellen of af moet trekken bij extra verdeling en wel of niet fittende handen. Dat zat ook al bij zijn behandeling inbegrepen. Zoals altijd: ieder systeem werkt uitstekend op de handen waarvoor het bedacht is.
        Beantwoorden
        • Kees van der Weijden
          03-11-2024 14:20
          Het feit dat Goren in zijn "Groot-bridgeboek" van 1967 de 4-3-2-1 telling presenteert als iets door hemzelf bedacht is een staaltje van reinste plagiaat. Milton Work had die telling al in 1920 bedacht en het heet daarom terecht Milton Work Count (MWC). Wat Goren heeft gedaan is het Culbertson-systeem genomen, en daarin de honneurtrekkentelling vervangen door de MWC en dat geheel presenteren als 'zijn' systeem (een tweede staaltje van schaamteloos plagiaat). Verder kent Goren op voorhand punten toe aan korte kleuren. En dat is wat hier betwist wordt: de waarde van korte kleuren moet je juist laten afhangen van het biedverloop. Dat het op voorhand bijtellen van punten voor korte kleuren vaak "enigszins" werkt komt omdat ca. 85% van de spellen fitspellen zijn. "Enigszins", omdat de andere hand zijn verspilde punten (als die er zijn) in de korte kleur van partner moet afwaarderen (want die zitten niet in de shell). En soms zijn er toevallig geen verspilde punten. Maar die potentiële afwaardering heb ik in zijn boek niet kunnen vinden. Goren was een sterke speler, dus hij zal dat wel geweten hebben, maar hij doceerde dat in zijn boek niet.
          Beantwoorden
  • Leo van Leeuwen
    03-11-2024 15:23
    En wanneer we toch de naam Milton Work hebben laten vallen: "In his writings on bridge during the last seven years of his life, Work adopted Bryant McCampbell's 1915 suggestion for evaluating balanced hands using a point count method: Ace = 4, King = 3, Queen = 2 and Jack = 1." Let vooral op de term "balanced", waardoor we de hele voorgaande discussie hebben samengevat :-)
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      16-11-2024 12:32
      Ok, bedacht door Bryant Campbell voor gebalanceerde handen, maar de 4321-telling is wel gepopulariseerd door Milton Work. Dat komt vaker voor in de bridgegeschiedenis. De Stayman-conventie is niet bedacht door Samual Stayman, maar door zijn partner George Rapee in 1944 en door Stayman gepubliceerd in 1946. Maar daarvoor had in 1939 Jack Marx al een soortgelijk idee gehad, ook pas in 1946 gepubliceerd. En in Amerika had Richard Frey in de oorlogsjaren hetzelfde idee. De Jacoby-conventie is niet bedacht door Oswald Jacoby, maar door Jacoby opgedoken uit een Zweeds bridgeblaadje, en door hem in 1953 gepubliceerd in Bridgeworld. Dat de Vrouwen en Boeren in de 4321-telling bij gebalanceerde handen meestal waarde hebben (en bij ongebalanceerde handen minder) is bekend maar daarmee absoluut geen samenvatting van datgene wat hier beweerd wordt.
      Beantwoorden
  • jos
    06-11-2024 11:47
    Leuk verhaal. Helaas kun je niet de ene keer mini spliners spelen en het spel er na Bergen en weer een spel verder help suit trials. Bas heeft een punt door te stellen dat je bij een optimistische kijk (te) vaak in een invite blijft hangen en als enige down zult gaan. Het bepalen van (en op zoek gaan naar) werkende punten en beoordelen naast de strakke HCP beoordeling (terecht door Leo als handvat benoemd, goed voor vlakke handen) is volgens mij te vangen onder de noemer 'kaartgevoel'.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      06-11-2024 19:55
      Dank. Ik speel geen Bergen raises, maar LOB (Limiet Of Beter), d.w.z. 2SA=4+-krt troef mee, 10+HCP. Het 3Kl/3Rui-bod uit Bergen heb ik vervangen door mini-splinters (3Ha op 1Sch=splinter). Verder 3Sch=4-krt troef, 0-5, afh. kwetsbaarheid. 2Sch=6-9 met 3-4 krt troef mee. Ik heb begrepen dat Egbert en Henk 2SA als mixed raise spelen. Daar zit het 3Kl/3Rui-bod ook in 2SA. Helpsuits: als antwoord op een troefsteunbod speel ik help-suits door de toekomstige leider (3+-krt + waarden in genoemde kleur). Bas heeft gelijk, invites geven inderdaad altijd info weg, maar het voordeel van helpsuittrials boven long/short is (omdat je altijd waarden toont) is dat het voor de tegenpartij niet-weetbaar of ze nu juist wel of juist niet met die kleur moeten starten. En omdat de helpsuit qua lengte ook min of meer onbepaald is (je doet het ook met een 5-krt en waarden) geef je ook niet al te veel distributieinfo weg, een manco waar short-suittrials en longsuittrials wel mank aan gaan. Van alle invitepogingen zijn help-suits m.i. daarom het minst kwade. Tenslotte: het gaat om het ontdekken van de afwezigheid van verspilde waarden.
      Beantwoorden
  • Willem jan Maas
    07-11-2024 14:05
    Kees, ik ben het door de bank genomen niet eens met de door jou beschreven aanpak. Vooral omdat het in mijn ervaring niet verstandig is om wetenschappelijk manches te willen bieden. Of je het nu met Shells, mini splinters of wat dan ook doet, de tegenpartij luistert mee en gaat daarom beter verdedigen. Wat ik echter GEWELDIG vind is dat je een spel van de week hebt weten te schrijven wat aanleiding geeft tot veel discussie. Goed gedaan dus.
    Beantwoorden
    • Kees van der Weijden
      07-11-2024 15:06
      Dank.
      Beantwoorden
  • Kees van der Weijden
    08-11-2024 22:32
    Het ging me om het presenteren van een nieuwe kaartwaarderingsmethode, gevoed door het biedproces. Iedereen veroordeelt het omdat manches kennelijk niet gefundeerd (ik heb het nooit gehad over 'wetenschappelijk') geboden moeten worden. Als reden daarvoor wordt aangevoerd dat "de top" dat ook niet doet. Echter, ik, en de meesten hier met mij, horen niet tot "de top". Ook is het weggeven van tegenspelinfo relatief. Als de manche erin zit wil ik hem geboden hebben. Het beste tegenspel neem ik dan op de koop toe. Maar de methode werkt, zeker op hoger niveau, dus zeker ook bij slems. Dan zijn ca. 70% slempoints benodigd. Op deelscoreniveau kan je de afwezigheid van verspilde waarden domweg niet altijd horen, zie spel 21. Maar daar werkt het dus ook.
    Beantwoorden